ECLI:NL:RBZUT:2008:BD0313
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Kleinrensink
- Van der Hooft
- Vaandrager
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs poging tot doodslag en mishandeling
Op 6 mei 2007 vond in Zutphen een incident plaats waarbij verdachte werd beschuldigd van poging tot doodslag en mishandeling met een stuk glas of fles. De officier van justitie baseerde zijn vordering op verklaringen van het slachtoffer, getuigen en de aangetroffen glasscherven, maar er was geen objectief technisch bewijs.
De verdediging voerde aan dat de verklaringen van de betrokkenen sterk van elkaar verschilden en dat er onvoldoende overtuigend bewijs was om verdachte te veroordelen. De rechtbank constateerde tegenstrijdigheden in de verklaringen, onder meer over het type fles en de gedragingen van verdachte tijdens het incident.
Het NFI-rapport kon geen uitsluitsel geven over welk scenario het meest waarschijnlijk was. Verdachte gaf een andere versie van de gebeurtenissen, waarbij het slachtoffer mogelijk zichzelf aan het glas had gesneden. Door het ontbreken van objectief bewijs en de tegenstrijdigheden sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Daarnaast wees de rechtbank de vorderingen tot tenuitvoerlegging van eerdere voorwaardelijke gevangenisstraffen af en hief het het bevel tot voorlopige hechtenis op. Het vonnis werd uitgesproken op 23 april 2008 door de meervoudige kamer van de rechtbank Zutphen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor poging tot doodslag en mishandeling.