ECLI:NL:RBZUT:2008:BD2893

Rechtbank Zutphen

Datum uitspraak
28 mei 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
93485 / KG ZA 08-135
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArt. 6:119a BWArt. 6:135 BWArt. 706 Rv
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Terugbetaling onverschuldigde betaling door installatiebedrijf aan gemeente Oude IJsselstreek

De gemeente Oude IJsselstreek had een opdracht voor werktuigbouwkundige installaties voor het gemeentehuis te Gendringen uitbesteed. Door een fout in de advisering werd een deel van de opdracht, de Warmte Koude Opslag (WKO), dubbel gegund aan zowel het installatiebedrijf als Imtech Projects B.V. Imtech voerde de werkzaamheden uit, terwijl het installatiebedrijf onterecht gefactureerd en betaald werd voor deze werkzaamheden.

De gemeente betaalde het installatiebedrijf een bedrag van €196.514,22 voor deze niet-uitgevoerde werkzaamheden. Na verzoek tot terugbetaling en uitblijven daarvan, legde de gemeente conservatoir beslag. Het installatiebedrijf erkende ter zitting dat het bedrag onterecht gefactureerd was en in beginsel terugbetaald moest worden.

De voorzieningenrechter oordeelde dat sprake was van onverschuldigde betaling en ongerechtvaardigde verrijking. Het installatiebedrijf had bewust onrechtmatig gehandeld door betaling uit te lokken terwijl het wist geen recht op betaling te hebben. Het beroep op verrekening werd verworpen. Het bedrijf werd veroordeeld tot terugbetaling van het volledige bedrag, vermeerderd met wettelijke rente, en tot vergoeding van beslag- en proceskosten.

Uitkomst: Het installatiebedrijf is veroordeeld tot terugbetaling van €196.514,22 aan de gemeente, vermeerderd met wettelijke rente en veroordeling in beslag- en proceskosten.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK ZUTPHEN
Sector Civiel – Afdeling Handel
zaaknummer / rolnummer: 93485 / KG ZA 08-135
Vonnis in kort geding van 8 mei 2008
in de zaak van
de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE OUDE IJSSELSTREEK,
gevestigd te Gendringen, gemeente Oude IJsselstreek,
eiseres,
procureur mr. E.G.M. Wiggers,
advocaat mr. B.J.M. van Meer te Arnhem,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [naam] INSTALLATIE TECHNIEK B.V.,
gevestigd te [plaats],
gedaagde,
advocaat mr. P.J.F.M. de Kerf te Nijmegen.
Partijen zullen hierna de gemeente en [gedaagde] genoemd worden.
1. De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling,
- de pleitnota van de gemeente,
- de pleitnota van [gedaagde].
2. De feiten
2.1. In verband met verbouwings- en nieuwbouwwerkzaamheden van het gemeentehuis te Gendringen heeft een aanbesteding plaatsgevonden voor de werktuigbouwkundige installaties. De gemeente is daarbij geadviseerd door de Schreuder Groep B.V. (hierna: Schreuder)
2.2. Een deel van de werktuigbouwkundige installaties, de Warmte Koude Opslag (hierna: WKO) is door een fout bij de advisering aan twee partijen gegund, te weten [gedaagde] en Imtech Projects B.V. te Amersfoort (hierna: Imtech).
2.3. Imtech heeft de opdracht, het installeren van een WKO-installatie, uitgevoerd.
2.4. De gemeente heeft de door [gedaagde] gefactureerde bedragen na accordering door Schreuder aan [gedaagde] betaald, daaronder begrepen een bedrag van EUR 196.514,22 voor werkzaamheden die vanwege de dubbele opdrachtverstrekking niet door [gedaagde] zijn uitgevoerd. Dit bedrag is in termijnen aan [gedaagde] betaald.
2.5. De gemeente heeft [gedaagde] verzocht laatstgemeld bedrag terug te betalen.
2.6. Omdat betaling door [gedaagde] uitbleef, heeft de gemeente op 18 april 2008 ten laste van [gedaagde] conservatoir beslag doen leggen onder de ING Bank N.V.
3. Het geschil
3.1. De gemeente vordert dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis [gedaagde] zal veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres te betalen:
- de hoofdsom ten bedrage van EUR 196.514,22;
- de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a van het Burgerlijk Wetboek (BW) althans de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro over de hoofdsom vanaf 8 april 2008, althans een in goede justitie te bepalen datum;
- de proceskosten en de deurwaarderskosten van het conservatoir beslag ten bedrage van EUR 761,00;
met veroordeling van gedaagde in de kosten van deze procedure.
3.2. [gedaagde] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4. De beoordeling
4.1. De gemeente heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat er sprake is van onverschuldigde betaling en ongerechtvaardigde verrijking. De gemeente heeft [gedaagde] een bedrag van EUR 196.514,22 betaald voor werkzaamheden die niet door [gedaagde] zijn uitgevoerd, maar door een derde partij, die daarvoor ook betaald heeft gekregen. [gedaagde] heeft ter zitting erkend dat zij de laatste termijnen heeft gefactureerd, terwijl zij zich er van bewust was geen recht te hebben op betaling van een bedrag van EUR 196.514,22. Tevens heeft zij erkend dit bedrag in beginsel te moeten terugbetalen.
4.2. [gedaagde] heeft ten aanzien van haar terugbetalingsverplichting een beroep gedaan op verrekening. Zij heeft hiertoe aangevoerd dat zij door het niet doorgaan van de werkzaamheden winst heeft gederfd. Voorts heeft [gedaagde] aangevoerd dat zij een opeisbare vordering heeft op de gemeente. Deze vorderingen mogen volgens [gedaagde] in mindering gebracht worden op de vordering van de gemeente, zodat haar vordering EUR 149.018,00 bedraagt.
4.3. Vast staat dat de gemeente een bedrag van EUR 196.514,22 (inclusief BTW) onverschuldigd heeft betaald aan [gedaagde]. Vast staat tevens dat [gedaagde] termijnen aan de gemeente heeft gefactureerd in de wetenschap dat deze betalingen onverschuldigd waren en dat [gedaagde] daarop geen recht had. [gedaagde] heeft daarmee bewust de onverschuldigde betaling van de gemeente uitgelokt. Hierdoor staat vast dat [gedaagde] onrechtmatig heeft gehandeld jegens de gemeente. Dit klemt temeer, nu [gedaagde] heeft verklaard dat zij in grote liquiditeitsproblemen verkeert. Aldus heeft [gedaagde] opzettelijk schade toegebracht aan de gemeente. Op grond van artikel 6:135 van Pro het Burgerlijk Wetboek geldt dat [gedaagde] in een dergelijk geval niet bevoegd is tot verrekening. Zij dient dan ook het gehele bedrag aan de gemeente terug te betalen. De vraag of [gedaagde] zich terecht op verrekening beroept en in hoeverre kan bij deze stand van zaken in het midden worden gelaten.
De vordering van de gemeente zal worden toegewezen als na te melden.
4.4. De gemeente vordert [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering is gelet op het bepaalde in artikel 706 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering toewijsbaar tot het door de gemeente gevorderde bedrag.
4.5. [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de gemeente worden begroot op:
- dagvaarding EUR 85,44
- vast recht 4.226,00
- overige kosten 0,00
- salaris procureur 816,00
Totaal EUR 5.127,44
5. De beslissing
De voorzieningenrechter
5.1. veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen een bedrag van EUR 196.514,22 (éénhonderdzesennegentig duizendvijfhonderdveertien euro en tweeëntwintig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6: 119a BW over het nog niet betaalde deel van het toegewezen bedrag vanaf 8 april 2008 tot de dag van volledige betaling;
5.2. veroordeelt gedaagde in de beslagkosten, tot op heden begroot op EUR 761,00;
5.3. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van de gemeente tot op heden begroot op EUR 5.127,44;
5.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.5. wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. D. Vergunst en in het openbaar uitgesproken op
8 mei 2008.