ECLI:NL:RBZUT:2008:BD3805
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters wegens vermeende partijdigheid in strafzaak
In deze zaak diende een verzoeker een wrakingsverzoek in tegen drie rechters van de rechtbank Zutphen die betrokken waren bij de behandeling van een strafzaak tegen een verdachte. Het verzoek betrof vermeende schendingen van het recht op een eerlijk proces en de onpartijdigheid van de rechters.
De verzoeker stelde dat de rechters buiten zitting processen-verbaal hadden toegevoegd en een verdachte als getuige hadden opgeroepen zonder de verdediging te horen, wat in strijd zou zijn met de openbaarheid en het hoor en wederhoor. Tevens werd aangevoerd dat de rechters een kennelijke vooringenomenheid hadden door een standpunt over een telefoonnummer toe te schrijven aan de verzoeker.
De rechtbank oordeelde dat de rechters mochten handelen binnen hun ambtelijke bevoegdheid en dat het niet ter zitting nemen van de beslissingen niet leidde tot een schending van het recht op een eerlijk proces. Ook was er geen sprake van uitzonderlijke omstandigheden die een vermoeden van vooringenomenheid rechtvaardigen. De passage over het telefoonnummer werd gezien als een zakelijke weergave van het standpunt van het Openbaar Ministerie.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en werd de strafzaak voortgezet in de stand waarin zij zich bevond ten tijde van het verzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de drie rechters wordt afgewezen wegens gebrek aan zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.