ECLI:NL:RBZUT:2008:BD3807
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- G. Vrieze
- J.B. de Groot
- E.G. de Jong
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wraking rechter wegens vermeende partijdigheid
Verzoekers, bijgestaan door hun raadsman, dienden een wrakingsverzoek in tegen een rechter van de rechtbank Zutphen wegens vermeende subjectieve en objectieve partijdigheid. Zij stelden dat de rechter voorafgaand aan de zitting niet bekend was, waardoor zij niet konden toetsen op mogelijke belangenverstrengeling, en dat de rechter na wraking zonder procesvertegenwoordiger met hen had gesproken, waarbij hij waarschuwde dat het wrakingsverzoek nadelig voor hen kon uitpakken.
De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van voorafgaande kennis van de behandelend rechter geen uitzonderlijke omstandigheid vormt die wraking rechtvaardigt. Ook het gesprek na wraking, hoewel strijdig met het wrakingsprotocol en de Wet op de Rechterlijke Organisatie, kon geen grond voor wraking zijn omdat de rechter toen al was gewraakt. Het proces-verbaal werd als zakelijk en voldoende beoordeeld, ondanks vermeende onvolledigheden.
De rechtbank concludeerde dat geen zwaarwegende aanwijzingen voor partijdigheid aanwezig waren en wees het wrakingsverzoek af. Wel werd bepaald dat de verdere behandeling van de betrokken procedures door een andere rechter moet worden voortgezet om toekomstige wrakingen te voorkomen.
De beslissing werd genomen door een meervoudige wrakingskamer en in het openbaar uitgesproken op 18 januari 2008.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de rechter wordt afgewezen en de procedures worden voortgezet door een andere rechter.