ECLI:NL:RBZUT:2008:BD3810
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- G. Vrieze
- J.B. de Groot
- E.G. de Jong
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter wegens vermeende onpartijdigheid en nevenfuncties
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen een rechter die tevens waarnemend advocaat-generaal bij het ressortsparket Amsterdam was en lid was geweest van het bestuur van een jeugdzorgstichting. Verzoeker stelde dat deze nevenfuncties belangenverstrengeling en vooringenomenheid veroorzaakten in zijn strafzaak.
De rechtbank overwoog dat de rechter onpartijdig moet worden vermoed en dat alleen uitzonderlijke omstandigheden tot wraking kunnen leiden. De rechter stelde onbetwist dat zijn werkzaamheden bij het ressortsparket Amsterdam geen verband hielden met de regio van de zaak en dat het bestuurslidmaatschap van de jeugdzorgstichting al jaren geleden was beëindigd zonder directe betrokkenheid bij de zaak of bij de gezinsvoogden.
Verder werd vastgesteld dat de rechter de zitting direct schorste na ontvangst van het wrakingsverzoek en niet de behandeling van de zaak voortzette, ondanks de aanwezigheid van een procesvertegenwoordiger die volgens het strafprocesrecht niet was toegelaten.
De rechtbank concludeerde dat geen van de aangevoerde gronden een zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid vormden en dat het wrakingsverzoek daarom werd afgewezen. De strafprocedure werd voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen en de strafprocedure wordt voortgezet.