ECLI:NL:RBZUT:2008:BD3813
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- G. Vrieze
- J.B. de Groot
- E.G. de Jong
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking van rechters afgewezen wegens ontbreken van onpartijdigheid
Verzoekers [verzoeker A] en [verzoeker B] dienden een wrakingsverzoek in tegen de meervoudige kamer van de rechtbank Zutphen, stellende dat zij niet alle processtukken ontvingen en dat de griffier onbevoegd had beslist op verzoeken van belanghebbenden, wat zou duiden op partijdigheid.
De rechtbank onderzocht deze gronden aan de hand van artikel 36 Rv Pro en jurisprudentie omtrent rechterlijke onpartijdigheid. Het rapport van I-Care was laat ontvangen en niet voorzien van een procedurenummer, maar dit leidde niet tot een schijn van partijdigheid. Ook het ontbreken van voorafgaande informatie over de vervanging van een rechter werd niet als een uitzonderlijke omstandigheid beoordeeld.
De rechtbank oordeelde dat de griffier bevoegd was om bepaalde beslissingen te nemen en dat dergelijke procedurele beslissingen geen aanleiding geven tot wraking. Het verzoek werd voor zover gebaseerd op de griffierbeslissingen niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige afgewezen. De procedure wordt voortgezet zoals die was ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is voor een deel niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige afgewezen wegens ontbreken van onpartijdigheid.