ECLI:NL:RBZUT:2008:BD4783
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Borgerhoff Mulder
- Kleinrensink
- Knoop
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen brandstichting en vernieling met voorwaardelijke gevangenisstraf
Rond de oudejaarswisseling 2006 heeft een groep van vier verdachten onder meer brand gesticht en vernielingen gepleegd in 't Harde, gemeente Elburg. Verdachte heeft opzettelijk en wederrechtelijk de achterruit van een auto vernield, medegepleegd brand gesticht door ongeveer 20 oude autobanden met benzine in brand te steken op een grasveldje nabij een woning, waarbij gevaar voor goederen en mogelijk levensgevaar werd veroorzaakt, en zich ontdaan van afvalstoffen door het verbranden van autobanden.
De rechtbank baseerde haar bewezenverklaring op bekennende verklaringen van verdachte, aangiften van slachtoffers en een brandweerrapport. Niet bewezen werd dat verdachte ook een autospiegel had vernield, waarvoor hij werd vrijgesproken. De rechtbank oordeelde dat verdachte strafbaar is en legde een straf op die in verhouding staat tot de ernst van de feiten en de straf die medeverdachten kregen.
De opgelegde straf bestaat uit een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken met een proeftijd van twee jaar en een geldboete van 250 euro, met een subsidiaire hechtenis van vijf dagen bij niet-betaling. De rechtbank wees de civiele schadevordering van het slachtoffer af, omdat deze niet geschikt was voor behandeling in het strafproces en verdachte was vrijgesproken van de vernieling van de autospiegel.
De rechtbank nam mee dat verdachte en zijn medeverdachten als collectief hebben gehandeld en veel overlast hebben veroorzaakt, maar dat verdachte minder feiten op zijn naam had staan. De rustige oudejaarsavond 2007 en het ontbreken van nieuwe overlast gaven aanleiding tot een lagere straf dan door het OM geëist.
De uitspraak werd op 18 juni 2008 gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Zutphen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken en een geldboete van 250 euro voor medeplegen van brandstichting en vernieling.