ECLI:NL:RBZUT:2008:BD4891
Rechtbank Zutphen
- Kort geding
- D.J. Buijs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot schorsing benoeming leden Raad van Bestuur Wegener
De Centrale Ondernemingsraad (COR) van Koninklijke Wegener N.V. vorderde in kort geding de schorsing van de benoeming van twee nieuwe leden van de Raad van Bestuur, omdat zij van mening was dat haar adviesrecht op grond van artikel 30 van Pro de Wet op de ondernemingsraden (WOR) was geschonden. De COR stelde dat zij geen zinvol advies kon uitbrengen zonder duidelijkheid over de omvang en taakverdeling binnen de Raad van Bestuur, met name over de positie van het voorzitterschap.
Wegener stelde dat tijdig advies was gevraagd en dat de benoemingen noodzakelijk waren vanwege het aftreden van twee bestuursleden. De COR had de kandidaten gesproken maar koos ervoor geen advies uit te brengen, mede vanwege onduidelijkheid over de toekomstige bestuursstructuur en de instelling van een managementteam. De kantonrechter oordeelde dat de COR evident belang had bij bescherming tegen onjuiste benoemingen, maar dat Wegener met bekwame spoed de vacatures had willen invullen zonder misleiding.
De rechter overwoog dat de COR weliswaar een adviesrecht heeft, maar dat het niet waarschijnlijk was dat de benoemingen in een bodemprocedure zouden worden teruggedraaid. De COR had een tactische keuze gemaakt door af te zien van advisering, terwijl zij wel met de kandidaten had gesproken. De vorderingen werden afgewezen en partijen bleven elk hun eigen proceskosten dragen.
Uitkomst: De vordering van de COR tot schorsing van de benoeming van twee nieuwe bestuursleden wordt afgewezen.