ECLI:NL:RBZUT:2008:BD5967

Rechtbank Zutphen

Datum uitspraak
23 juni 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/661
Instantie
Rechtbank Zutphen
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • N.K. van den Dungen-Dijkstra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 1:2 AwbArt. 19 WRO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake belanghebbendheid ondernemersvereniging bij bouwvergunning supermarkt

Bij besluit van 25 maart 2008 verleende het college van burgemeester en wethouders van Doetinchem aan een derde-partij een bouwvergunning voor de uitbreiding van een supermarkt aan het Willy Brandtplein 26 te Doetinchem. Verzoekster, een ondernemersvereniging van winkelcentrum De Bongerd, diende bezwaar in en verzocht om een voorlopige voorziening om de uitvoering van het besluit te schorsen.

De voorzieningenrechter overwoog dat belanghebbendheid vereist is voor het indienen van bezwaar en het verkrijgen van een voorlopige voorziening. Verzoekster moest aannemelijk maken dat de uitbreiding van de supermarkt een aanmerkelijke invloed heeft op het detailhandelsklimaat in het winkelcentrum De Bongerd, hetgeen niet was gebleken. De supermarkt ligt solitair en op circa 1 kilometer afstand in een andere wijk, waardoor het belang van verzoekster vooral lijkt te liggen in de individuele belangen van een exploitant binnen De Bongerd.

Gelet hierop werd verzoekster niet als belanghebbende aangemerkt en zal het bezwaar naar verwachting niet-ontvankelijk worden verklaard. Daarom bestond geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek werd afgewezen zonder toekenning van proceskosten.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat verzoekster niet als belanghebbende kan worden aangemerkt.

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN
Sector Bestuursrecht
Voorzieningenrechter
Reg.nr.: 08/661
Uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening in het geding tussen:
Ondernemersvereniging Winkelcentrum De Bongerd,
verzoekster, te Doetinchem,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Doetinchem,
verweerder,
Plus Vastgoed B.V.,
derde-partij, te De Bilt.
1. Feiten en procesverloop.
Bij besluit van 25 maart 2008 heeft verweerder aan de derde-partij vrijstelling op grond van artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: WRO) en reguliere bouwvergunning verleend voor het vergroten van een supermarkt op het perceel Willy Brandtplein 26 te Doetinchem.
Namens verzoekster is door haar gemachtigde mr. G.J.H. ten Have, advocaat te Zevenaar, bij brief van 23 april 2008 een bezwaarschrift ingediend bij verweerder. Bij brief van 24 april 2008 heeft mr. Ten Have namens verzoekster verzocht om een voorlopige voorziening die strekt tot schorsing van het bestreden besluit.
Bij brief van 7 mei 2008 heeft de derde-partij medegedeeld dat zij bereid is te wachten met de aanvang van de bouwwerkzaamheden die betrekking hebben op de verleende vergunning, mits het verzoek uiterlijk 21 mei 2008 wordt behandeld.
Het verzoek is behandeld ter zitting van 11 juni 2008, waar voor verzoekster is verschenen mr. Ten Have, voormeld. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door H.C. ten Boom. Voor de derde-partij is verschenen haar gemachtigde mr. M. Lanen, advocaat te Utrecht.
2. Motivering
2.1 Ingevolge artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2.2 Zijdens de derde-partij is betoogd dat verzoekster niet als belanghebbende bij het bestreden besluit kan worden aangemerkt en dat zij niet-ontvankelijk zal moeten worden verklaard in haar bezwaar. De voorzieningenrechter overweegt hiertoe als volgt.
2.3 Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.
Ingevolge het derde lid van dit artikel worden ten aanzien van rechtspersonen als hun belangen mede beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen.
2.4 Volgens vaste rechtspraak, waaronder uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 26 juni 2002 (JB 2002, 229) van 6 november 2002 (JB 2003, 9), moet het bij belangen van een rechtspersoon als bedoeld in vermeld artikel 1:2, derde lid, van de Awb gaan om een aan de statutaire doelstellingen ontleend collectief belang, dat door een besluit direct wordt of dreigt te worden aangetast, waarbij het belang los kan worden gezien van dat van individuele leden, en waarbij het gaat om de behartiging van boven-individuele belangen. Hiervan is, in een geval als het onderhavige, waarbij het verzoek is ingediend door een ondernemersvereniging, sprake indien aannemelijk wordt gemaakt dat de (uitbreiding) van de supermarkt van derde-partij een aanmerkelijke invloed heeft op het plaatselijke detailhandelsklimaat in winkelcentrum “De Bongerd”.
2.5 Indien verzoekster krachtens haar statuten en blijkens haar feitelijke werkzaamheden, al als doelstelling heeft om (toename van) concurrentie van detailhandel van buiten het winkelcentrum “De Bongerd” tegen te gaan, acht de voorzieningenrechter vooralsnog niet aannemelijk gemaakt dat de uitbreiding van de supermarkt van derde-partij een aanmerkelijke invloed heeft op het plaatselijke detailhandelsklimaat in winkelcentrum “De Bongerd”. De voorzieningenrechter neemt daarbij in aanmerking dat het bestreden besluit ziet op een geringe uitbreiding van de verkoopvloeroppervlakte van een bestaande, solitair gevestigde, supermarkt die geen deel uitmaakt van een winkelcentrum waar andere detaillisten gevestigd zijn. Dat in de directe nabijheid een kapsalon is gevestigd doet daaraan niet af. Voorts kan er niet aan worden voorbijgegaan dat de supermarkt is gelegen op omstreeks 1 kilometer van het winkelcentrum “De Bongerd” en is gelegen in een andere wijk dan dat winkelcentrum.
Gelet op het inleidend verzoekschrift, het bezwaarschrift en het verhandelde ter zitting bestaat voorts het vermoeden dat verzoekster vooral de individuele belangen van De Huet Have B.V, exploitant van de in “De Bongerd” gevestigde Albert Heijn supermarkt, op het oog heeft.
2.6 Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is verzoekster niet als belanghebbende bij het bestreden besluit aan te merken. Naar verwachting zal verweerder het bezwaar niet-ontvankelijk verklaren. Gelet hierop bestaat er geen aanleiding tot het treffen van een voorlopige voorziening.
2.7 Voor een veroordeling in proceskosten bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek af.
Aldus gegeven door mr. N.K. van den Dungen-Dijkstra en in het openbaar uitgesproken op
23 juni 2008 in tegenwoordigheid van mr. F.S. Zwerwer als griffier.