ECLI:NL:RBZUT:2008:BD7113
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Zorgplicht assurantietussenpersoon bij risicovolle lijfrenteverzekering en cliëntwensen
De eiser werd in 2000 door de gedaagde assurantietussenpersoon geadviseerd bij het treffen van een pensioenvoorziening met een lijfrentemaatwerkplan, waarbij de inleg werd belegd in een mixfonds met aandelen en obligaties. Eiser stelde dat hij had aangegeven geen enkel risico te willen lopen en een gegarandeerde maandelijkse uitkering te wensen, wat volgens hem niet werd gerespecteerd.
Gedaagde stelde dat eiser bewust had gekozen voor beleggen met risico, dat hij was geïnformeerd over de risico's en dat hij ook een guldenverzekering had kunnen kiezen maar deze had afgewezen. De rechtbank oordeelde dat als eiser kan bewijzen dat hij expliciet geen risico wilde lopen en een gegarandeerde uitkering verlangde, gedaagde tekort is geschoten in zijn zorgplicht. De zaak werd aangehouden om eiser toe te laten bewijs te leveren, onder meer door getuigenverhoor.
De rechtbank stelde dat de zorgplicht van een assurantietussenpersoon inhoudt dat deze de cliënt moet beschermen tegen risico's die niet aansluiten bij diens wensen en situatie. De rechtbank wees erop dat eiser geen jaarlijkse informatie over de verzekering ontving, maar dat deze verplichting bij de verzekeraar lag. De wijziging van het fonds en de waardedaling werden besproken, waarbij gedaagde niet aansprakelijk werd gehouden voor wijzigingen die niet aan hem bekend waren.
De procedure wordt voortgezet met bewijslevering, waarbij eiser moet aantonen dat hij zijn wensen duidelijk heeft gecommuniceerd. De uitspraak is van 23 april 2008 door rechter M.J. van Lee in Zutphen.
Uitkomst: De zaak is aangehouden om eiser toe te laten bewijs te leveren over zijn wensen en de zorgplicht van gedaagden.