ECLI:NL:RBZUT:2008:BD7223
Rechtbank Zutphen
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Executiegeschil over betekening arrest en verbeurde dwangsommen
De zaak betreft een executiegeschil tussen [eiseres] en Praktijk [gedaagde] B.V. waarbij het gaat om de vraag of dwangsommen die zijn opgelegd in een arrest van het gerechtshof Arnhem van 23 oktober 2007, reeds zijn verbeurd. Het arrest verplichtte [eiseres] tot staking van werkzaamheden bij een notariskantoor, met dwangsommen bij niet-nakoming.
De dwangsommen werden eerst betekend op een oud adres van [eiseres] en vervolgens aan de raadsman van [eiseres], maar pas ruim vier maanden later op het juiste adres. [Eiseres] stelt dat de dwangsommen pas kunnen verbeurd zijn vanaf de rechtsgeldige betekening van 7 maart 2008 en dat zij binnen de termijn haar werkzaamheden heeft gestaakt.
De rechtbank beoordeelt dat de betekening op het oude adres nietig is en dat de betekening aan de raadsman niet rechtsgeldig was voor het verbeuren van dwangsommen, omdat het arrest niet als exploot met rechtsmiddel is betekend. De rechtbank oordeelt dat de betekening op 7 maart 2008 de eerste rechtsgeldige betekening is geweest.
Hierdoor zijn de dwangsommen pas vanaf die datum verbeurd en niet eerder. De vordering van [eiseres] om executie van dwangsommen voor die datum te verbieden wordt toegewezen. [Gedaagde] wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door mr. D. Vergunst en uitgesproken op 2 juni 2008.
Uitkomst: De rechtbank verbiedt executie van dwangsommen die vóór 7 maart 2008 zijn verbeurd en veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten.