ECLI:NL:RBZUT:2008:BD7540
Rechtbank Zutphen
- Raadkamer
- Gilhuis
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot beëindiging strafzaak wegens lopende proeftijd voorwaardelijk sepot
De zaak betreft een verzoek tot beëindiging van de strafzaak tegen verzoeker, die wordt verdacht van mishandeling van zijn vader en vernieling van een celdeurslot. Verzoeker heeft hiervoor enige tijd in voorlopige hechtenis gezeten.
Op 7 februari 2008 heeft de officier van justitie een kennisgeving van voorwaardelijke niet-vervolging aan verzoeker gedaan vanwege diens gezondheidstoestand, met een proeftijd van één jaar waarin geen strafbare feiten mogen worden gepleegd. Deze proeftijd was op het moment van het verzoek nog niet verstreken.
De raadkamer overweegt dat artikel 36 van Pro het Wetboek van Strafvordering alleen toepassing vindt indien de vervolging niet wordt voortgezet. Omdat de proeftijd nog loopt, kan het vervolgingsrecht nog herleven, waardoor niet kan worden uitgesloten dat de zaak alsnog wordt voortgezet.
Daarom wijst de raadkamer het verzoek af en verklaart de strafzaak niet voor geëindigd. De beslissing is op 26 juni 2008 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek tot beëindiging van de strafzaak wordt afgewezen omdat de proeftijd van het voorwaardelijk sepot nog niet is verstreken.