ECLI:NL:RBZUT:2008:BD7963
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.A.M. Smulders
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering beëindiging huurovereenkomst wegens bestemmingsplan kantoorruimte
Falkor Holding B.V. is eigenaar van een appartement te Zutphen met bestemming kantoorruimte volgens het bestemmingsplan. Sinds 2003 huurt [gedaagde] het appartement als woonruimte op basis van een stilzwijgend verlengde huurovereenkomst. Falkor wil de huurovereenkomst beëindigen om het pand weer als kantoorruimte te verhuren, mede vanwege de restauratie van de kelder.
Falkor baseert haar vordering op artikel 7:274 lid 1 onder Pro e BW, dat beëindiging mogelijk maakt indien de verhuurder de bestemming krachtens het bestemmingsplan wil verwezenlijken. De kantonrechter oordeelt dat Falkor onvoldoende heeft bewezen dat ruimtelijke ordeningen haar daadwerkelijk nopen de kantoorbestemming te realiseren. De enkele aanwezigheid van het bestemmingsplan en het niet kunnen exploiteren van de kelder zijn onvoldoende.
De kantonrechter wijst de vordering af en veroordeelt Falkor in de proceskosten. De overige stellingen blijven buiten beschouwing omdat de hoofdgrondslag niet is bewezen. De uitspraak bevestigt dat een verhuurder op deze grond alleen kan vorderen indien sprake is van dwingende ruimtelijke overwegingen.
Uitkomst: De vordering tot beëindiging van de huurovereenkomst wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van noodzaak tot verwezenlijking van de kantoorbestemming.