ECLI:NL:RBZUT:2008:BD8486
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Harreveld
- Van der Hooft
- Van de Wetering
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs verkrachting
De rechtbank Zutphen behandelde de zaak van verdachte die werd beschuldigd van verkrachting in de nacht van 20 op 21 juli 2006 te Ermelo. Het slachtoffer deed aangifte na lichamelijk letsel en emotionele terugval. De rechtbank stelde vast dat verdachte en slachtoffer seksuele gemeenschap hadden, waarbij verdachte zich dominant en agressief opstelde.
De officier van justitie en de raadsman van verdachte concludeerden ter zitting dat er geen wettig en overtuigend bewijs was dat verdachte dwangmiddelen had ingezet om het slachtoffer tot seksuele handelingen te dwingen. De verdachte ontkende dwang en stelde dat alle handelingen met instemming van het slachtoffer plaatsvonden, wat werd ondersteund door onder meer intensief sms-verkeer en eerdere seksuele contacten.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om te concluderen dat verdachte willens en wetens dwang gebruikte of dat het slachtoffer de seksuele gemeenschap als onvrijwillig ervoer. De verdachte werd daarom vrijgesproken van verkrachting. De vordering tot schadevergoeding van het slachtoffer werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de strafrechtelijke tenlastelegging niet bewezen was.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van verkrachting wegens ontoereikend bewijs van dwangmiddelen.