ECLI:NL:RBZUT:2008:BE9517
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- De Bie
- Rademaker
- Hödl
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kinderrechter in ondertoezichtstelling minderjarigen
In deze zaak dienden verzoekers een wrakingsverzoek in tegen de kinderrechter die betrokken was bij de verlenging van ondertoezichtstellingen van twee minderjarige meisjes. De minderjarige verzoeksters werden niet-ontvankelijk verklaard omdat zij niet zelfstandig in rechte kunnen optreden.
Het wrakingsverzoek betrof onder meer de stelling dat de rechter niet onpartijdig zou zijn door het niet verstrekken van alle relevante stukken en het zonder hoor en wederhoor beslissen over verlenging van de ondertoezichtstellingen. De rechtbank onderzocht deze gronden aan de hand van vaste jurisprudentie, waaronder het Mantovanelli-arrest, en het beginsel van rechterlijke onpartijdigheid zoals neergelegd in het EVRM en het IVBPR.
De rechtbank concludeerde dat er geen uitzonderlijke omstandigheden waren die een zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid vormden. De stellingen over het niet verstrekken van stukken werden weerlegd door de rechter, die toelichtte dat bepaalde documenten niet van toepassing waren. Ook was geen sprake van schending van het hoor en wederhoor, aangezien verzoekers niet waren verschenen bij de zitting.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en werd bepaald dat de procedure wordt voortgezet zoals die was op het moment van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kinderrechter wordt afgewezen en de procedure wordt voortgezet.