ECLI:NL:RBZUT:2008:BF7165
Rechtbank Zutphen
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot medewerking omgangsregeling bij moeder thuis wegens belangen kind
Partijen hadden een langdurige relatie waaruit een kind is geboren. Na beëindiging van de relatie woont het kind bij de moeder, die de vader niet heeft erkend. De rechtbank bepaalde in januari 2008 een voorlopige omgangsregeling waarbij de vader het kind elke zaterdagmiddag bij de moeder thuis mocht bezoeken.
De omgang verliep moeizaam; de moeder weigerde verdere medewerking uit vrees voor haar en het kind. De vader vorderde in kort geding dat de moeder gedwongen zou worden mee te werken aan de omgangsregeling, met een dwangsom bij niet-nakoming.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de omgangsregeling moet worden nagekomen tenzij dit in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind. Gezien de gespannen relatie en het risico voor de veilige thuissituatie van het kind, is handhaving van omgang bij de moeder thuis niet in het belang van het kind. Daarom werd de vordering afgewezen en werden de proceskosten gecompenseerd.
Uitkomst: De vordering van de vader tot medewerking aan de omgangsregeling bij de moeder thuis wordt afgewezen wegens belangen van het kind.