ECLI:NL:RBZUT:2008:BG5021
Rechtbank Zutphen
- Voorlopige voorziening
- Tj. Gerbranda
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen intrekking en weigering horecavergunning wegens slecht levensgedrag leidinggevende
Verzoekster, exploitant van een café, had een horecavergunning die door de gemeente Montferland werd ingetrokken en geweigerd op grond van artikel 3 van Pro de Drank- en Horecawet vanwege slecht levensgedrag van de leidinggevende. Verzoekster stelde zich op het standpunt dat het besluit onterecht was, onder meer omdat een van de feiten waarop het besluit was gebaseerd niet eerder tot actie had geleid en zij haar gedrag had toegelicht.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster een spoedeisend belang had bij het verzoek om voorlopige voorziening, maar dat het bestreden besluit naar voorlopig oordeel in rechte stand kan houden. De constatering dat verzoekster onder invloed van alcohol was tijdens werktijd en het ontbreken van een leidinggevende op een moment dat het café geopend was, vormden voldoende grond voor het oordeel van slecht levensgedrag.
De voorzieningenrechter achtte de ambtelijke processen-verbaal betrouwbaar en vond dat het ontbreken van een blaastest en de toelichting van verzoekster onvoldoende waren om aan het oordeel te twijfelen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit tot intrekking en weigering van de horecavergunning is afgewezen.