ECLI:NL:RBZUT:2008:BG5109
Rechtbank Zutphen
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bestuurder voor onttrekking gelden van G-rekeningen na faillissement
De zaak betreft een geschil tussen eisers en de curator over de vraag of de vorderingen van de curator op de bestuurder van een kopende vennootschap terecht zijn. De vennootschap had activa en passiva van vier andere vennootschappen overgenomen, die kort daarna failliet werden verklaard. Na de overname heeft de kopende vennootschap gelden van de geblokkeerde G-rekeningen van de gefailleerde vennootschappen overgeboekt en gebruikt.
Eisers vorderden opheffing van conservatoire beslagen op hun onroerend goed, stellende dat de curator geen vordering op hen heeft. De rechtbank oordeelt dat de curator aannemelijk heeft gemaakt dat de gelden op de G-rekeningen geen eigendom zijn geworden van de kopende vennootschap, dat deze gelden na faillissement onttrokken zijn en niet voor het beoogde fiscale doel zijn gebruikt.
De rechtbank overweegt dat de bestuurder van de kopende vennootschap aansprakelijk kan zijn op grond van artikel 2:11 BW Pro indien sprake is van onbehoorlijk bestuur. Eisers hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de curator geen vordering op hen heeft. De vorderingen worden afgewezen en eisers worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen tot opheffing van conservatoire beslagen worden afgewezen en eisers worden veroordeeld in de proceskosten.