ECLI:NL:RBZUT:2008:BG6255
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.M.A.G. van Valderen
- Rechtspraak.nl
Ontslag statutair directeur na reorganisatie niet kennelijk onredelijk maar onregelmatig
De zaak betreft het ontslag van [eiser], statutair directeur van [gedaagde], na een reorganisatie door de Amerikaanse moedermaatschappij. De functie van algemeen directeur kwam te vervallen en [eiser] kreeg een alternatieve functie aangeboden die hij afwees. Vervolgens werd hij ontslagen met een vergoeding van €300.000, die nog niet was betaald.
[eiser] vorderde onder meer een verklaring voor kennelijk onredelijk ontslag, een hogere schadevergoeding, betaling van buitengerechtelijke kosten en de bonus over 2007. [gedaagde] betwistte dit en stelde dat het ontslag op bedrijfseconomische gronden plaatsvond en dat de aangeboden vergoeding ruim voldoende was.
De rechtbank oordeelde dat het ontslag niet kennelijk onredelijk was omdat de reorganisatie en het vervallen van de functie gegrond waren. De aangeboden alternatieve functie was passend qua inhoud en salaris, ondanks geografische beperkingen en het wegvallen van bepaalde taken. De vermeende inkomensachteruitgang door het wegvallen van de lange termijn bonus was niet valide, omdat deze bonus niet gegarandeerd was.
De vergoeding van €300.000 werd als meer dan redelijk beschouwd en omvatte ook de schadevergoeding wegens onregelmatigheid van het ontslag. Een verklaring voor recht dat het ontslag kennelijk onredelijk of onregelmatig was, werd afgewezen. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten werd eveneens afgewezen omdat geen reconventionele vordering was ingesteld.
De rechtbank veroordeelde [gedaagde] tot betaling van €300.000 aan [eiser], vermeerderd met wettelijke rente indien niet binnen 14 dagen betaald, en veroordeelde [eiser] in de proceskosten.
Uitkomst: Het ontslag is niet kennelijk onredelijk maar wel onregelmatig; vergoeding van €300.000 wordt toegekend en buitengerechtelijke kosten afgewezen.