ECLI:NL:RBZUT:2008:BG6695
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Hödl
- Kleinrensink
- Varenhorst
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij valsheid in geschrift en verduistering
De rechtbank Zutphen behandelde de zaak tegen verdachte die werd veroordeeld voor meervoudige valsheid in geschrift en verduistering van goederen uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking. De strafmaat omvatte een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden met een proeftijd van twee jaar en een taakstraf van 240 uur.
De ontnemingsvordering van het Openbaar Ministerie betrof een bedrag van €64.134,62, dat later werd verminderd tot €62.739,62. De rechtbank stelde op basis van een uitgebreid financieel onderzoek en verklaringen van verdachte vast dat het wederrechtelijk verkregen voordeel €43.796 bedroeg. Hierbij werden diverse kostenposten beoordeeld, waaronder kantoorkosten voor studieboeken, drukwerk, telefoonkaarten, VVV-bonnen en reiskosten, waarbij telkens een percentage van het voordeel werd toegerekend.
Verdachte voerde aan dat het financiële onderzoek onvoldoende was en dat sommige kostenposten niet tot zijn persoonlijk voordeel dienden, maar de rechtbank verwierp deze bezwaren en baseerde zich op het proces-verbaal van 2 februari 2007 en aanvullende bewijsstukken. De rechtbank legde de ontnemingsmaatregel op en verplichtte verdachte tot betaling van het vastgestelde bedrag aan de Staat.
De uitspraak vond plaats in de openbare terechtzitting van 12 december 2008, waarbij de rechtbank het bewijs en de verklaringen van verdachte en getuigen zorgvuldig wogen en de vordering van het Openbaar Ministerie grotendeels toewijsde.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden, een taakstraf van 240 uur en ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van €43.796.