ECLI:NL:RBZUT:2008:BG6713

Rechtbank Zutphen

Datum uitspraak
12 december 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06/501554-07
Instantie
Rechtbank Zutphen
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • Buijs
  • Kuiken
  • Eijkelestam
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 Wegenverkeerswet 1994Art. 6 WegenverkeerswetArt. 287 Wetboek van StrafrechtArt. 302 lid 1 Wetboek van StrafrechtArt. 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs in verkeersongeval met botsing en achteruitrijden

Op 6 oktober 2007 vond op de Lochemseweg een verkeersongeval plaats waarbij verdachte werd beschuldigd van het afsnijden en botsen tegen een andere auto, bestuurd door het slachtoffer. Verdachte werd tevens verweten plotseling te hebben geremd en achteruit te zijn gereden, waardoor meerdere aanrijdingen en schade ontstonden.

De rechtbank Zutphen behandelde de zaak op 28 november 2008 en sprak verdachte vrij op 12 december 2008. De tenlastelegging omvatte onder meer poging tot doodslag en het veroorzaken van gevaar op de weg door het negeren van een inhaalverbod en onvoorzichtig rijgedrag.

De rechtbank concludeerde dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was om de ware toedracht van het ongeval vast te stellen. Hierdoor kon geen bewezenverklaring worden gegeven voor de tenlasteleggingen. Verdachte werd daarom volledig vrijgesproken.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs over de toedracht van het verkeersongeval.

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN
Sector Straf
Meervoudige kamer
Parketnummer: 06/501554-07
Uitspraak d.d.: 12 december 2008
Verstek/ dip
VERKORT VONNIS
in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren te [plaats, 1972],
wonende te [adres]
Onderzoek van de zaak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 28 november 2008.
De tenlastelegging
1.
hij op of omstreeks 06 oktober 2007 in de gemeenten Zutphen en/of Lochem ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] van het leven te beroven, met dat opzet met zijn -verdachtes- auto
-een voor hem rijdende personenauto (bestuurd door [slachtoffer 1]) links heeft ingehaald en daarbij opzettelijk naar rechts heeft gestuurd en daarbij die personenauto naar de rechterzijde heeft aangedrukt en/of heeft aangereden dan wel in de richting van de rechterberm heeft geschoven en/of aangedrukt;
-plotseling heeft geremd waardoor een achter hem rijdende personenauto (bestuurd door [slachtoffer 1]) tegen zijn -verdachtes- auto is aangereden en/of gebotst;
-achteruit heeft gereden en daarbij tegen een achter hem rijdende personenauto (bestuurd door [slachtoffer 1]) is gebotst en/of aangereden en vervolgens met zijn verdachtes- auto over grote(re) afstand (tussen 50 en 100 meter) die personenauto achteruit heeft gedrukt en/of geduwd;
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
art 287 Wetboek Pro van Strafrecht
art 45 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht
ALTHANS, dat
hij op of omstreeks 06 oktober 2007 in de gemeenten Zutphen en/of Lochem ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met zijn, -verdachtes- auto;
-een voor hem rijdende personenauto (bestuurd door [slachtoffer 1]) links heeft ingehaald en daarbij opzettelijk naar rechts heeft gestuurd en daarbij die personenauto naar de rechterzijde heeft aangedrukt en/of heeft aangereden dan wel in de richting van de rechterberm heeft geschoven en/of aangedrukt;
-plotseling heeft geremd waardoor een achter hem rijdende personenauto (bestuurd door [slachtoffer 1]) tegen zijn -verdachtes- auto is aangereden en/of gebotst;
-achteruit heeft gereden en daarbij tegen een achter hem rijdende personenauto (bestuurd door [slachtoffer 1]) is gebotst en/of aangereden en vervolgens met zijn -verdachtes- auto over grote(re) afstand (tussen 50 en 100 meter) die personenauto achteruit heeft gedrukt en/of geduwd;
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
art 302 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht
art 45 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht
2.
hij op of omstreeks 06 oktober 2007 in de gemeenten Zutphen en/of Lochem als bestuurder van een voertuig (personenauto), gekentekend [kenteken], daarmee heeft gereden op de weg, de Lochemseweg, althans een weg, zonder bijzondere voorzichtigheid in acht te nemen en/of niet voortdurend in staat is geweest die handelingen te verrichten die van hem, verdachte, werden vereist, immers heeft hij, verdachte, met het door hem bestuurde voertuig,
-een op dezelfde weg rijdend voertuig (een personenauto bestuurd door [slachtoffer 1]) ingehaald geheel of gedeeltelijk over de rijstrook bestemd voor het tegemoetkomende verkeer, terwijl de rijstroken van elkaar waren gescheiden door een niet onderbroken streep althans heeft hij, verdachte, een inhaalverbod genegeerd;
-tijdens die inhaalmanoeuvre (te vroeg) naar rechts (naar de rijstrook bestemd voor het verkeer met dezelfde rijrichting) gestuurd waardoor het voertuig van verdachte tegen het door [slachtoffer 1] bestuurde voertuig botste althans heeft hij, verdachte, met het door hem bestuurde voertuig, een naast hem, verdachte, rijdende bestuurder van een personenauto (zijnde [slachtoffer 1]) aangereden en/of de weg afgesneden althans heeft hij, verdachte, met het door hem bestuurde voertuig, te vroeg naar rechts gestuurd waardoor genoemde aanrijding is ontstaan en/of schade is ontstaan aan die personenauto;
-plotseling en/of zonder noodzaak door het verkeer gegeven (krachtig) geremd, immers heeft hij, verdachte, met het door hem bestuurde voertuig, plotseling de snelheid van het door hem, verdachte, bestuurde voertuig, (sterk) verminderd waardoor de bestuurder van een personenauto (zijnde [slachtoffer 1]) niet tijdig kon remmen althans de snelheid van diens voertuig niet tijdig kon minderen en/of niet tijdig zijn voertuig tot stilstand kon brengen, immers is
genoemde [slachtoffer 1] met zijn personenauto tegen verdachtes auto gebotst en/of aangereden en/of aangegleden, waardoor schade is ontstaan aan deze personenauto;
-plotseling en/of zonder noodzaak, achteruit is gereden waardoor hij, verdachte, tegen een achter hem rijdende bestuurder van een personenauto (zijnde [slachtoffer 1])is gebotst en/of aangereden en/of aangegleden, waardoor schade en/of letsel is ontstaan;
door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;
De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;
art 5 Wegenverkeerswet Pro 1994
Vrijspraak
Naar het oordeel van de rechtbank kan geen bewezenverklaring volgen voor het onder primair en subsidiair ten laste gelegde, nu uit de bewijsmiddelen niet is komen vast te staan wat de ware toedracht van het ongeval is geweest.
BESLISSING
Spreekt de verdachte van de gehele tenlastelegging vrij.
Aldus gewezen door mr. Buijs, voorzitter, en mrs. Kuiken en Eijkelestam, rechters, in tegenwoordigheid van Damink, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 12 december 2008.