ECLI:NL:RBZUT:2008:BG6947
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.M.A.G. van Valderen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening opheffing loonbeslag ambtenaar Belastingdienst
De zaak betreft een ambtenaar van het Ministerie van Financiën die meerdere loonbeslagen ondervindt van schuldeisers Orange, Defam en Wehkamp. De verzoeker vraagt op grond van artikel 287, vierde lid, Faillissementswet (Fw) om een voorlopige voorziening tot opheffing van deze beslagen om ontslag te voorkomen en tevens toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP).
De rechtbank stelt vast dat een voorlopige voorziening slechts kan worden gevraagd in samenhang met een volledig WSNP-verzoekschrift, hetgeen hier is ingediend. De voorzieningenrechter oordeelt dat opheffing van een beslag een constitutieve beslissing is die in beginsel aan de bodemrechter is voorbehouden en dat de insolventierechter niet bevoegd is om opheffing van beslagen te gelasten. Daarnaast ontbreekt het aan een voldoende spoedeisend belang voor de gevraagde voorziening.
De rechtbank overweegt dat een algemeen verbod op executiemaatregelen niet mogelijk is en dat verzoeken tot schorsing of verbod van executie slechts kunnen worden gericht tegen een specifieke schuldeiser, hetgeen niet is gedaan. Ook wordt vastgesteld dat de Belastingdienst bij herhaalde loonbeslagen plichtsverzuim ziet en dat het beleid is dat bij een vierde loonbeslag voorwaardelijk strafontslag kan volgen.
Gelet op deze overwegingen wijst de rechtbank het verzoek om voorlopige voorziening af en bepaalt dat de behandeling van het toelatingsverzoek tot WSNP op een nader te bepalen zitting zal plaatsvinden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot opheffing van loonbeslagen wordt afgewezen wegens gebrek aan bevoegdheid en spoedeisend belang.