ECLI:NL:RBZUT:2008:BG8477
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Roessingh-Bakels
- Van de Wetering
- Gilhuis
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na veroordeling Opiumwet en diefstal stroom
De rechtbank Zutphen heeft verdachte veroordeeld voor het medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet en diefstal van stroom. De straf omvatte een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met reclasseringstoezicht en een proeftijd van twee jaar. Vanwege medische omstandigheden werd geen werkstraf opgelegd.
In de ontnemingszaak stelde het Openbaar Ministerie een vordering in tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, aanvankelijk begroot op €70.899,10, maar tijdens de zitting bijgesteld tot €15.000. De rechtbank baseerde deze schatting op verklaringen van verdachte over drie oogsten en vermindering van een gokschuld.
De verdediging betwistte de hoogte van de vordering en stelde voor de stroomkosten van €13.728,45 in mindering te brengen, maar dit werd verworpen omdat verdachte deze kosten niet heeft voldaan. Gezien de huidige en toekomstige financiële draagkracht van verdachte, die naar verwachting niet toereikend is, stelde de rechtbank de betalingsverplichting aan de Staat op nihil vast.
De beslissing werd genomen op basis van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, waarbij terughoudendheid betracht werd bij het vaststellen van het te betalen bedrag. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Zutphen op 30 december 2008.
Uitkomst: Ontnemingsvordering vastgesteld op €15.000, maar betaling aan Staat nihil wegens onvoldoende draagkracht.