ECLI:NL:RBZUT:2009:BH1470
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Kleinrensink
- Hemrica
- Steinebach-de Wit
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor mishandeling van moeder met gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf
De rechtbank Zutphen behandelde op 16 januari 2009 de zaak tegen een 20-jarige man die werd verdacht van mishandeling en bedreiging van zijn moeder op 4 oktober 2008. De verdachte had zijn moeder meerdere keren geslagen, aan haar haren getrokken, tegen een muur gegooid en geschopt, wat pijn en letsel veroorzaakte. Daarnaast werd hij beschuldigd van bedreiging met een mes, maar dit werd niet bewezen.
De officier van justitie baseerde zich op verklaringen van het slachtoffer, de zus van verdachte en de verdachte zelf om de mishandeling te bewijzen. De verdediging erkende het schoppen, maar ontkende andere mishandelingshandelingen en de bedreiging. De rechtbank achtte de mishandeling wettig en overtuigend bewezen, mede door de ondersteunende getuigenverklaringen, maar sprak verdachte vrij van de bedreiging omdat niet duidelijk was wie het mes als eerste had gepakt.
Gezien de omstandigheden, waaronder het feit dat de mishandeling kort na een eerdere detentie plaatsvond en jegens zijn moeder, legde de rechtbank een gevangenisstraf van zes maanden op, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en een contactverbod met zijn moeder. De tijd in voorarrest werd in mindering gebracht. Daarnaast werden vorderingen tot tenuitvoerlegging van eerdere straffen afgewezen of niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 6 maanden gevangenisstraf, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, wegens mishandeling van zijn moeder; vrijspraak voor bedreiging met mes.