ECLI:NL:RBZUT:2009:BH3924
Rechtbank Zutphen
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen voortzetting sportschool na ontbinding vennootschap onder firma
Partijen waren vennoten in een vennootschap onder firma die een sportschool exploiteerde. Na moeizame samenwerking zei gedaagde de vennootschapsovereenkomst op en ontstond onenigheid over voortzetting van de onderneming. Eiseres vorderde in kort geding dat gedaagde haar zou toelaten tot de sportschool en haar activiteiten zou staken, zodat zij de onderneming kon voortzetten.
De rechtbank oordeelde dat op grond van de vennootschapsakte het voortzettingsrecht in beginsel toekomt aan eiseres, tenzij zij binnen een maand schriftelijk verklaart niet te willen voortzetten. Hoewel eiseres niet schriftelijk heeft verklaard niet te willen voortzetten, is onvoldoende aannemelijk dat zij het voortzettingsrecht zal krijgen. Zij heeft na de opzegging niets ondernomen om voortzetting te bewerkstelligen, zoals het regelen van de huur, contact met gemeente, personeel of klanten. Ook heeft zij niet geprotesteerd tegen de huuropzegging namens de vennootschap en heeft zij zelf een nieuwe huurovereenkomst gesloten.
De rechtbank nam mee dat eiseres zich zodanig heeft uitgelaten dat gedaagde mocht aannemen dat zij niet de intentie had om voort te zetten. Dit maakt dat de vorderingen van eiseres in kort geding worden afgewezen. Eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten. De zaak kan in een bodemprocedure verder worden uitgewerkt over de afwikkeling van de vennootschap en eventuele rechten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiseres af en veroordeelt haar in de proceskosten.