ECLI:NL:RBZUT:2009:BH4573
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.J. Wiegman
- C. van Linschoten
- J.C.E. Ackermans-Wijn
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking van voorzieningenrechter afgewezen wegens ontbreken persoonlijke wrakingsgronden
Op 22 januari 2009 diende verzoeker een verzoek tot wraking in tegen de voorzieningenrechter van de rechtbank Zutphen. Het verzoek betrof vermeende partijdigheid van de rechtbank, waarbij verzoeker stelde dat hij in het arrondissement Zutphen vrijwel altijd in het ongelijk werd gesteld, terwijl hij elders vaker in het gelijk werd gesteld.
De voorzieningenrechter berustte niet in de wraking en leverde kort schriftelijk commentaar, stellende dat het verzoek niet persoonlijk tegen haar was gericht maar tegen het gehele college van rechters. Tijdens de mondelinge behandeling op 5 februari 2009 waren noch verzoeker noch de rechter aanwezig.
De rechtbank oordeelde dat een wrakingsverzoek moet zijn gebaseerd op feiten of omstandigheden die de persoon van de rechter betreffen, conform artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Het ingediende verzoek voldeed hier niet aan omdat het niet persoonlijk was gericht en geen concrete feiten bevatte.
Daarom werd het verzoek tot wraking afgewezen. De beschikking werd op 19 februari 2009 in het openbaar uitgesproken door de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank Zutphen.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de voorzieningenrechter is afgewezen wegens het ontbreken van persoonlijke wrakingsgronden.