ECLI:NL:RBZUT:2009:BH6231
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Roessingh-Bakels
- Brouns
- Draisma
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na valse facturering en diefstal
De rechtbank Zutphen behandelde de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van verdachte, die veroordeeld was voor meervoudige diefstal en valsheid in geschrift. De zaak betrof het opmaken van valse facturen door verdachte en medeverdachte, waarmee in totaal €154.744,63 werd verkregen. Hiervan werd €95.000,- aan medeverdachte afgedragen, waardoor het wederrechtelijk verkregen voordeel voor verdachte werd vastgesteld op €59.744,63.
De rechtbank oordeelde dat het faillissement van verdachte geen belemmering vormt voor de toewijzing van de ontnemingsvordering. De bewijsvoering bestond uit verklaringen van medeverdachte en getuigen, bankafschriften en facturen. Verdachte bevestigde de feiten en gaf aan dat hij geen daadwerkelijke levering van goederen had verricht en dat hij het voordeel had behouden.
Uiteindelijk legde de rechtbank verdachte de verplichting op om het bedrag van €59.744,63 aan de Staat te betalen, conform artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht. De behandeling vond plaats over meerdere zittingen, waarbij zowel de officier van justitie als de raadsman van verdachte hun standpunten naar voren brachten.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot betaling van €59.744,63 aan de Staat als ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.