ECLI:NL:RBZUT:2009:BI1168
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Prisse
- Gilhuis
- Tas
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor handel in gebruikershoeveelheden cocaïne in Zutphen
De rechtbank Zutphen heeft op 15 april 2009 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die tussen 1 januari 2007 en 18 december 2008 in Zutphen cocaïne heeft verkocht en verstrekt. De verdachte werd ervan beschuldigd gebruikershoeveelheden cocaïne te hebben verhandeld, een middel dat onder lijst I van de Opiumwet valt.
Tijdens de terechtzitting is het bewijs besproken, waaronder verklaringen van meerdere getuigen die aangaven regelmatig cocaïne bij de verdachte te hebben gekocht. De verdediging voerde onder meer aan dat enkele getuigenverklaringen en tapgesprekken niet als bewijs mochten worden gebruikt, en dat de informatie die tot verdenking leidde onvoldoende betrouwbaar was. De rechtbank verwierp deze verweren en oordeelde dat het openbaar ministerie ontvankelijk was in de vervolging.
De rechtbank stelde vast dat de verdachte niet samen met anderen heeft gehandeld, waardoor medeplegen werd uitgesloten. Op basis van de verklaringen en het bewijs werd de handel in gebruikershoeveelheden cocaïne wettig en overtuigend bewezen verklaard. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 20 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest. De rechtbank motiveerde de straf mede door het schadelijke karakter van cocaïne en de duur van de handel door de verdachte.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 20 maanden gevangenisstraf, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, voor handel in gebruikershoeveelheden cocaïne.