ECLI:NL:RBZUT:2009:BI2471
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Kinderrechter onbevoegd bij beroep tegen weigering beslissing SGJ op bezwaarschrift
De ouders van een minderjarige dochter dienden een bezwaarschrift in tegen een brief van de Stichting Gereformeerde Jeugdbescherming (SGJ), waarin werd meegedeeld dat de SGJ geen bezwaarcommissie kent en daarom geen beslissing op het bezwaarschrift kon nemen. De ouders gingen in beroep bij de kinderrechter, die zich echter onbevoegd verklaarde en verwees naar de wettelijke regeling omtrent bezwaar en beroep in de jeugdzorg.
De rechtbank Zutphen overwoog dat de wetgever in de Wet op de Jeugdzorg expliciet heeft bepaald dat besluiten die betrekking hebben op de uitoefening van gezinsvoogdij zijn opgenomen op de negatieve lijst van de Algemene wet bestuursrecht, waardoor bezwaar en beroep tegen dergelijke besluiten niet mogelijk zijn. Ook de Wet bescherming persoonsgegevens regelt dat geschillen over beslissingen van bureaus jeugdzorg bij de civiele rechter moeten worden behandeld, niet bij de kinderrechter als bestuursrechter.
De brief van de SGJ werd niet aangemerkt als een schriftelijke aanwijzing in de zin van het Burgerlijk Wetboek en de schriftelijke weigering om op het bezwaarschrift te beslissen werd gelijkgesteld met een besluit waartegen geen beroep mogelijk is. Daarom is de kinderrechter onbevoegd om kennis te nemen van het beroep tegen de weigering van de SGJ. De rechtbank verklaarde zich dan ook onbevoegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de kinderrechter onbevoegd om beroep te behandelen tegen de weigering van de SGJ om een beslissing te nemen op het bezwaarschrift.