ECLI:NL:RBZUT:2009:BI7802
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzet tegen verstekvonnis in nalatenschapsverdeling wegens overschrijding verzettermijn
De zaak betreft een geschil over de verdeling van de nalatenschap van de overleden vader van eiser. Gedaagde was bij verstek veroordeeld tot betaling van ruim €87.000,-, maar betwistte de vordering en stelde dat de verzetdagvaarding te laat was ingediend.
De rechtbank oordeelt dat gedaagde op 5 augustus 2008, tijdens een gesprek met een advocaat, een daad van bekendheid met het verstekvonnis heeft verricht, waardoor de verzettermijn toen is ingegaan. De verzetdagvaarding is echter pas op 28 november 2008 uitgebracht, buiten de vierwekentermijn die op 5 augustus begon te lopen.
Daarmee is gedaagde niet ontvankelijk in het verzet. De rechtbank veroordeelt haar in de proceskosten ten gunste van eiser. De inhoudelijke beoordeling van de nalatenschapsverdeling blijft daarmee buiten beschouwing.
Uitkomst: Gedaagde is niet-ontvankelijk in het verzet wegens overschrijding van de verzettermijn en wordt veroordeeld in de proceskosten.