ECLI:NL:RBZUT:2009:BI7904
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling redelijkheid annuleringsbeding en overnamebeding in bouwovereenkomst zwembadinstallatie
In deze civiele zaak tussen eiser en gedaagden, een vennootschap en haar vennoten, staat de geschil over een bouwopdracht voor een technische zwembadinstallatie centraal. Eiser annuleerde de levering van een luchtbehandelingsinstallatie en betwist de hoogte en redelijkheid van de annuleringsvergoeding die gedaagden vorderen op grond van hun algemene voorwaarden.
De rechtbank beoordeelt dat het annuleringsbeding dat een forfaitaire vergoeding van een derde van de prijs verlangt, onredelijk bezwarend is en niet voldoet aan de eisen van artikel 6:237 BW Pro. Gedaagden hebben onvoldoende gesteld om de redelijkheid van het bedrag aan te tonen. Ook het beding dat eiser verplicht materialen tegen kostprijs over te nemen, wordt ambtshalve als onaanvaardbaar beoordeeld.
De rechtbank wijst de vorderingen van eiser af, onder meer omdat de e-mail van gedaagden van 29 juni 2008 niet als ontbindingsverklaring van de gehele overeenkomst kan worden beschouwd. Wel wordt een bedrag van €168,33 toegekend aan gedaagden wegens schade door onrechtmatig beslag. De rechtbank acht conversie van het annuleringsbeding passend en stelt partijen in de gelegenheid zich hierover uit te laten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiser af en kent gedaagden een vergoeding toe wegens onrechtmatig beslag.