ECLI:NL:RBZUT:2009:BJ1467
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Roessingh-Bakels
- Van der Hooft
- Feunekes
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs bedrieglijke bankbreuk en medeplichtigheid
De rechtbank Zutphen behandelde een zaak waarin drie verdachten werden beschuldigd van bedrieglijke bankbreuk in verband met het faillissement van een dochteronderneming van een concern. Verdachten werden onder meer verweten dat zij rekening-courant verhoudingen hadden geherstructureerd en bepaalde crediteuren bij voorrang hadden betaald, wat zou hebben geleid tot benadeling van andere schuldeisers.
Het onderzoek richtte zich op de periode van juni 2003 tot mei 2004, waarbij ook een strafrechtelijk financieel onderzoek (SFO) werd ingesteld. Uit het dossier bleek dat verdachte als boekhouder handelde onder verantwoordelijkheid van de algemeen directeur en niet als bestuurder van de failliete vennootschap. Diverse scenario's rondom het faillissement werden besproken, waarbij pas vanaf 1 december 2003 duidelijk was dat het faillissement onvermijdelijk was.
De rechtbank oordeelde dat de herstructureringen en betalingen niet wettig en overtuigend bewezen konden worden als benadeling van schuldeisers. Betalingen konden ook door andere vennootschappen of privépersonen zijn gedaan, waardoor de boedel niet was benadeeld. Ook de medeplichtigheid en het feitelijk leidinggeven konden niet bewezen worden. De dagvaarding werd in het subsidiaire onderdeel nietig verklaard en verdachte werd vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van bedrieglijke bankbreuk en medeplichtigheid.