ECLI:NL:RBZUT:2009:BJ1476
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Roessingh-Bakels
- Van der Hooft
- Feunekes
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs bedrieglijke bankbreuk en valsheid in geschrift
De rechtbank Zutphen behandelde een zaak tegen drie verdachten die werden verdacht van bedrieglijke bankbreuk en valsheid in geschrift in verband met faillissementen van meerdere vennootschappen in Nederland en Polen. De feiten betroffen onder meer het herstructureren van rekening-courantverhoudingen, het bevoordelen van bepaalde schuldeisers en het indienen van een valse reclamatie.
Het Openbaar Ministerie vorderde werkstraffen en geldboetes, maar de rechtbank oordeelde dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat de herstructureringen en andere gedragingen hebben geleid tot benadeling van schuldeisers. Ook was onvoldoende bewijs dat verdachte als bestuurder van de failliete ondernemingen handelde, aangezien hij als interim-manager onder verantwoordelijkheid van een ander functioneerde.
De rechtbank verwierp bezwaren tegen de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie, waaronder de discussie over dubbele strafbaarheid en de vervolgingsbeslissing om een medeverdachte niet voor bepaalde feiten te vervolgen. De inzet van tapbevelen werd als rechtmatig beoordeeld. Uiteindelijk sprak de rechtbank de verdachten vrij van alle ten laste gelegde feiten wegens gebrek aan bewijs.
Uitkomst: De rechtbank spreekt de verdachten vrij wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.