ECLI:NL:RBZUT:2009:BJ1485
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Roessingh-Bakels
- Van der Hooft
- Feunekes
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs bedrieglijke bankbreuk en valsheid in geschrifte
De rechtbank Zutphen behandelde de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van bedrieglijke bankbreuk en valsheid in geschrifte in verband met herstructureringen en verrekeningen binnen failliete vennootschappen in Nederland en Polen.
De tenlastelegging omvatte onder meer het herstructureren van rekening-courantverhoudingen, het antedateren van een overeenkomst, het indienen van een valse reclamatie en het bevoordelen van bepaalde schuldeisers. De verdediging voerde aan dat verdachte slechts als extern accountant een adviserende rol had en niet als bestuurder kon worden aangemerkt.
De rechtbank oordeelde dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat verdachte als bestuurder handelde of betrokken was bij de strafbare feiten. Ook was onvoldoende bewijs dat de herstructureringen tot benadeling van schuldeisers leidden. Daarnaast werd het verweer over dubbele strafbaarheid en vervolgingsbeslissing door het Openbaar Ministerie verworpen.
Op grond van het ontbreken van overtuigend bewijs sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten. De voorlopige hechtenis werd opgeheven en verdere bespreking van overige verweren was niet nodig.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.