ECLI:NL:RBZUT:2009:BJ7995
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Krijger
- Van der Mei
- Steenhuisen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak PIJ-maatregel ondanks bewezen ernstige gewelds- en zedendelicten minderjarige
De rechtbank Zutphen behandelde een zaak tegen een minderjarige verdachte die werd verdacht van meerdere ernstige geweldsdelicten, een diefstal en een zedendelict tegen een medebewoonster van een jeugdinrichting. De feiten betroffen mishandelingen, bedreigingen, een poging tot zware mishandeling met een sleutelbos en een seksuele aanranding. De rechtbank verklaarde een groot deel van de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen op basis van aangiften, getuigenverklaringen en bekennende verklaringen van de verdachte.
Psychiatrische en psychologische rapporten stelden dat de verdachte een gedragsstoornis en een licht zwakzinnig intelligentieniveau heeft, wat leidt tot verminderd toerekeningsvatbaarheid. Ondanks het advies van deskundigen om een PIJ-maatregel (plaatsing in een inrichting voor jeugdigen) op te leggen vanwege het gevaar op recidive en de noodzaak van intensieve behandeling, besloot de rechtbank dat deze maatregel te zwaar was gezien de aard en ouderdom van de feiten en het feit dat de verdachte nog jong is.
De rechtbank legde in plaats daarvan een taakstraf van 100 uur op, met een voorwaardelijke jeugddetentie van 50 dagen als stok achter de deur. De verdachte werd vrijgesproken van enkele minder zwaar bewezen feiten. De uitspraak benadrukt het belang van normhandhaving en bescherming van slachtoffers, maar ook het proportionaliteitsbeginsel bij de oplegging van zware jeugdstrafrechtelijke maatregelen.
Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf en voorwaardelijke jeugddetentie, maar geen PIJ-maatregel opgelegd.