ECLI:NL:RBZUT:2009:BK4190
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling wijze van verdeling woonhuis en levensverzekering na beëindiging samenwoning
Partijen hebben van 1995 tot 2007 een affectieve relatie gehad en ongehuwd samengewoond zonder samenlevingscontract. Zij zijn samen eigenaar van een woonhuis en een levensverzekering en hebben gezamenlijke hypothecaire geldschulden. Sinds 2007 woont alleen gedaagde in het woonhuis en betaalt de hypotheekrente.
Eiseres vordert dat de rechtbank de wijze van verdeling vaststelt waarbij het woonhuis en de levensverzekering aan gedaagde worden toegedeeld, met de verplichting dat gedaagde de gezamenlijke hypothecaire schulden overneemt en aflost, en dat eiseres wordt ontslagen uit hoofdelijke aansprakelijkheid. Gedaagde is niet verschenen met advocaat maar heeft ter comparitie verklaard geen bezwaar te hebben tegen de toedeling en de schuldovername.
De rechtbank oordeelt dat voor levering van het registergoed een notariële akte vereist is en dat eiseres niet heeft gevorderd dat de rechtbank partijen zal bevelen tot levering. Tevens ontbreekt belangrijke informatie over het perceel. Daarom kan de rechtbank niet zelf de verdeling vaststellen in de zin van artikel 3:300 lid 2 BW Pro of artikel 3:301 BW Pro.
De rechtbank stelt de wijze van verdeling vast conform de vordering van eiseres, met uitzondering van de verplichting voor gedaagde om nieuwe geldleningen af te sluiten. Partijen moeten binnen twee maanden overgaan tot notariële levering, ieder draagt de helft van de kosten, en de proceskosten worden gecompenseerd zodat ieder zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank stelt de wijze van verdeling vast waarbij het woonhuis en de levensverzekering aan de gedaagde worden toegedeeld met overname van de hypotheekschulden, en partijen moeten zelf de notariële levering verzorgen.