ECLI:NL:RBZUT:2009:BK6134

Rechtbank Zutphen

Datum uitspraak
11 december 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06/460322-09
Instantie
Rechtbank Zutphen
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • Van de Wetering
  • Hödl
  • Ouweneel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287 SrArt. 45 lid 1 SrArt. 302 lid 1 SrArt. 300 lid 1 SrArt. 304 sub 1 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Heropening onderzoek en toewijzing verzoeken tot horen getuigen in mishandelingszaak

De rechtbank Zutphen behandelde een strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van poging tot doodslag en mishandeling van zijn echtgenote op 18 augustus 2009 in Harderwijk. Tijdens de terechtzitting op 4 december 2009 bleek het onderzoek onvolledig, waarop de rechtbank besloot het onderzoek te heropenen.

De raadsvrouw van verdachte verzocht onder meer om een onderzoek naar de geestesgesteldheid van het slachtoffer, het benoemen van een forensisch getuige-deskundige en het horen van getuigen, waaronder de dochter van het slachtoffer en een ziekenbroeder. De rechtbank wees het verzoek tot een geestesgesteldheidsonderzoek en het benoemen van een deskundige af, evenals het horen van de dochter van het slachtoffer, omdat deze niet uit eigen wetenschap kon verklaren.

Wel werden de verzoeken tot het horen van het slachtoffer zelf en de ziekenbroeder toegewezen. De rechtbank besloot het onderzoek te heropenen, het onderzoek te schorsen voor onbepaalde tijd en bepaalde dat de zaak uiterlijk op 26 februari 2010 door dezelfde samenstelling zou worden behandeld. Een verwijzing naar de rechter-commissaris werd niet wenselijk geacht.

Uitkomst: De rechtbank heropent het onderzoek, wijst het horen van het slachtoffer en een ziekenbroeder toe, en wijst andere verzoeken af.

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN
Sector Straf - Meervoudige kamer
Parketnummer: 06/460322-09
Uitspraak d.d.: 11 december 2009 (bij vervroeging)
tegenspraak / dip
TUSSENVONNIS
in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren te [plaats op 1965],
wonende te [adres, plaats].
Raadsvrouw: mr. T.H. Dijkstra, advocaat te Zwolle.
Onderzoek van de zaak
Dit tussenvonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting
van 4 december 2009.
De tenlastelegging
Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting is gewijzigd, is aan de verdachte ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 18 augustus 2009 te Harderwijk
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet (met kracht) de keel van die
[slachtoffer] heeft dichtgeknepen en/of dichtgeknepen heeft gehouden,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
art 287 Wetboek Pro van Strafrecht
art 45 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht
en/of
hij op of omstreeks 18 augustus 2009 te Harderwijk
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon
genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met
dat opzet (met kracht) de keel van die [slachtoffer] heeft dichtgeknepen en/of
dichtgeknepen heeft gehouden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen
misdrijf niet is voltooid;
art 302 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht
art 45 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht
en/of
hij op of omstreeks 18 augustus 2009 te Harderwijk opzettelijk mishandelend
zijn echtgenoot, althans een persoon, te weten [slachtoffer]:
- (met kracht) in/op/tegen de rug heeft geduwd, tengevolge waarvan die [slachtoffer] ten val is gekomen en/of
- (met kracht) de keel van die [slachtoffer] heeft dichtgeknepen en/of
dichtgeknepen heeft gehouden,
waardoor deze [slachtoffer] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;
art 300 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht
art 304 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht
Heropening onderzoek
Het is de rechtbank tijdens de beraadslaging in raadkamer gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest.
De raadsvrouw heeft (subsidiair) bepleit dat, ingeval de rechtbank niet tot een vrijspraak komt, de zaak naar de rechter-commissaris dient te worden verwezen, teneinde:
- een onderzoek te doen naar de geestesgesteldheid van aangeefster;
- een forensisch getuige-deskundige te benoemen, die een objectieve vaststelling doet van het letsel en de mogelijke oorzaak op basis van foto's in RAW-formaat;
- de dochter van aangeefster (de rechtbank begrijpt: [getuige A]) als getuige te horen;
- de aangeefster als getuige te horen, en;
- de ziekenbroeder [getuige B] als getuige te horen.
De officier van justitie heeft zich daartegen verzet, nu het dossier naar zijn oordeel volledig is.
De rechtbank stelt voorop dat zij zich bij de verzoeken telkens de vraag heeft te stellen of de noodzaak van het verzochte is gebleken.
De rechtbank is van oordeel dat er geen noodzaak is tot het bepalen van een onderzoek naar de geestesgesteldheid van aangeefster. De rechtbank ziet geen aanwijzingen dat een onderzoek naar haar geestesgesteldheid noodzakelijk is voor een beoordeling van mogelijk latere bewijsmiddelen.
Het horen van getuige [getuige A] (de dochter van aangeefster) acht de rechtbank evenmin noodzakelijk, nu de rechtbank van oordeel is dat getuige [getuige A] niet uit eigen wetenschap kan verklaren ten aanzien van het ten laste gelegde en ook niet kan verklaren omtrent mogelijke bewijsmiddelen.
Het benoemen van een forensisch getuige-deskundige die een objectieve vaststelling doet van het letsel en mogelijke oorzaak op basis van de foto's op RAW-formaat, zoals door de raadsvrouw is aangevoerd, is naar het oordeel van de rechtbank evenmin noodzakelijk. De rechtbank is van oordeel dat uit de letselverklaringen van de GGD-artsen Moenandar en Duijts niet blijkt dat zij geen objectieve vaststelling van het letsel hebben weergegeven, zoals door de raadsvrouw betoogd. De rechtbank ziet aldus geen redenen om een getuige-deskundige te benoemen.
De rechtbank wijst deze drie verzoeken af.
De rechtbank zal de verzoeken tot het horen als getuigen van [getuige B] (de ambulance-/ziekenbroeder) en aangeefster [slachtoffer] toewijzen, met dien verstande dat zij tegen nader te bepalen terechtzitting zullen worden opgeroepen en gehoord. Een verwijzing naar de rechter-commissaris acht de rechtbank -mede gelet op de omstandigheden en het onderliggende feitencomplex- niet wenselijk.
De rechtbank acht het wenselijk dat de zaak door dezelfde samenstelling als op 4 december 2009 zal worden behandeld, uiterlijk op 26 februari 2010.
Beslissing
De rechtbank:
* heropent het onderzoek en schorst het onderzoek voor onbepaalde tijd;
* wijst af de verzoeken tot
- het bepalen van een onderzoek naar de geestesgesteldheid van aangeefster;
- het benoemen van een forensisch getuige-deskundige;
- het horen van [getuige A] als getuige;
* wijst toe de verzoeken tot het horen als getuigen van:
- aangeefster [slachtoffer] (geboren op [1949 te plaats]), en;
- [getuige B];
* beveelt de oproeping van verdachte tegen de nader te bepalen terechtzitting en kennisgeving van die datum en het tijdstip aan de raadsman;
* beveelt de oproeping van [slachtoffer] en [getuige B] tegen de nader te bepalen terechtzitting.
Dit vonnis is aldus gewezen door mrs. Van de Wetering, voorzitter, Hödl en Ouweneel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van Soest, griffier, en (bij vervroeging) uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 11 december 2009.