ECLI:NL:RBZUT:2009:BK8054
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Prisse
- Kleinrensink
- Krijger
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen wederrechtelijke vrijheidsberoving met dood tot gevolg en verduistering
Op 21 en 22 juni 2009 hebben vier verdachten, waaronder verdachte C, het slachtoffer wederrechtelijk van zijn vrijheid beroofd door hem met een smoes in een zeecontainer te lokken, deze te sluiten en hem daar achter te laten. Het slachtoffer overleed aan koolmonoxidevergiftiging door een brand in de container.
De rechtbank oordeelde dat verdachte C medepleger was van de vrijheidsberoving omdat hij bewust samenwerkte, onder meer door op de uitkijk te staan en niets te ondernemen om het slachtoffer te bevrijden. De dood van het slachtoffer werd als gevolg van de vrijheidsberoving aan de verdachten toegerekend, ondanks dat de brandoorzaak niet met zekerheid vaststond.
Verdachte C werd vrijgesproken van dood door schuld omdat de rechtbank geen schuld zag in het ontstaan van de brand en de dood. Wel werd hij veroordeeld voor medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving met de dood tot gevolg en verduistering van de mobiele telefoon van het slachtoffer.
Gezien zijn jeugdige leeftijd, ernstige ontwikkelingsstoornis (PDD-NOS) en gedragsproblemen legde de rechtbank aan verdachte C een deels voorwaardelijke jeugddetentie op met een langere proeftijd en de bijzondere voorwaarde van een intramurale behandeling bij een gespecialiseerde instelling. Tevens werd verdachte veroordeeld tot betaling van ruim €10.000 schadevergoeding aan de moeder van het slachtoffer.
De rechtbank benadrukte de ernst van het feit, de impact op de nabestaanden en de samenleving, en de noodzaak van behandeling naast straf om recidive te voorkomen.
Uitkomst: Verdachte C is veroordeeld tot een deels voorwaardelijke jeugddetentie met verplichte psychiatrische behandeling voor medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving met de dood tot gevolg en verduistering.