ECLI:NL:RBZUT:2009:BL5711
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- G. Vrieze
- A.B.A.P.M. Varenhorst
- P.J. Hödl
- Rechtspraak.nl
Toewijzing wrakingsverzoek wegens schijn van vooringenomenheid rechter in civiele procedure
In deze civiele zaak dienden verzoekers een wrakingsverzoek in tegen de rechter die hun zaak behandelde. Verzoekers stelden dat de rechter niet wilde ingaan op hun uitdrukkelijke verzoek om eerst de voorvragen te behandelen, met name de toetsing van indicatiebesluiten en plannen van aanpak die ten grondslag lagen aan de verzoeken van de Stichting.
De rechter had voorafgaand aan de zitting de stukken al getoetst en weigerde deze voorvragen tijdens de zitting te behandelen, zonder het maken van enig voorbehoud dat dit later alsnog zou gebeuren. Hierdoor voelde verzoekers zich niet gehoord en meenden zij dat de rechter de schijn van vooringenomenheid wekte.
De meervoudige wrakingskamer oordeelde dat deze handelwijze niet voldeed aan de vereisten van onpartijdigheid zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro en artikel 14 IVBPR Pro. De schijn van vooringenomenheid was gewekt, omdat verzoekers niet de gelegenheid kregen hun visie te geven en de rechter niet toelichtte waarom de voorvragen niet aan de orde werden gesteld.
Daarom werd het wrakingsverzoek toegewezen en werd bepaald dat de behandeling van de onderliggende verzoeken door een andere rechter zou worden overgenomen. De overige gronden van verzoekers en het verweer van de rechter behoefden geen bespreking meer.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt toegewezen wegens het wekken van de schijn van vooringenomenheid.