ECLI:NL:RBZUT:2010:BL0398
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Derdenwerking exoneratiebeding in taxatierapport bij financiering en aansprakelijkheid makelaar
Rabobank verstrekte in 1999 een financiering aan een V.O.F. mede op basis van een taxatierapport opgesteld door een makelaar in opdracht van de V.O.F. In het rapport was een exoneratiebeding opgenomen dat aansprakelijkheid uitsloot jegens derden, waaronder de bank.
In 2007 bleek de verkoopopbrengst van de onroerende zaak aanzienlijk lager dan de getaxeerde waarde, waarop Rabobank de makelaar aansprakelijk stelde voor het verschil wegens onrechtmatige daad. De makelaar verweerde zich met het exoneratiebeding en stelde dat de bank niet gerechtvaardigd mocht vertrouwen op aansprakelijkheid.
De rechtbank stelde vast dat de makelaar onder omstandigheden ook jegens derden een zorgplicht heeft, maar dat de bank door gebruik van het taxatierapport de exoneratieclausule aanvaardde. Het beroep op derdenwerking van het exoneratiebeding is in dit geval gegrond en redelijk, mede omdat de bank zelfstandig beslissingen nam op basis van het rapport.
Daarom wijst de rechtbank de vordering van Rabobank af en veroordeelt haar in de proceskosten. De bank had de clausule kunnen weigeren of aanvullende zekerheden kunnen bedingen.
De uitspraak benadrukt de betekenis van exoneratiebedingen in taxatierapporten en de zorgvuldigheid die banken moeten betrachten bij het gebruik van dergelijke rapporten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van Rabobank af wegens gelding van het exoneratiebeding jegens derden.