ECLI:NL:RBZUT:2010:BL3973

Rechtbank Zutphen

Datum uitspraak
16 februari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
109503 JERK 09-1348
Instantie
Rechtbank Zutphen
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige wiens ouders onder curatele zijn gesteld

In deze zaak heeft de Rechtbank Zutphen op 16 februari 2010 uitspraak gedaan over het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige. De minderjarige stond onder toezicht van de Stichting Bureaus Jeugdzorg Gelderland, die het verzoek indiende. De ouders van de minderjarige waren recentelijk onder curatele gesteld, wat leidde tot een gezagsvacuüm. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de gronden voor de ondertoezichtstelling nog steeds aanwezig zijn, ondanks de curatele van de ouders. De ouders hebben geen verweer gevoerd tegen de verlenging van de ondertoezichtstelling tot de meerderjarigheid van de minderjarige.

De kinderrechter heeft in zijn beoordeling overwogen dat de ondertoezichtstelling kan voortduren, ook in situaties waarin er geen gezag is, zoals in het geval van de ondercuratelestelling van de ouders. De continuïteit van de opvoeding en het toezicht zijn van groot belang, en daarom is besloten de ondertoezichtstelling te verlengen tot de meerderjarigheid van de minderjarige. De kinderrechter heeft ook benadrukt dat er zo spoedig mogelijk in het gezag over de minderjarige moet worden voorzien, en dat de stichting bereid is om de voogdij op zich te nemen.

De beslissing van de kinderrechter houdt in dat de ondertoezichtstelling wordt verlengd tot de meerderjarigheid van de minderjarige, en dat de beschikking uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard. Het meer of anders verzochte is afgewezen. Deze beschikking is gegeven door mr. I.G.M.T. Weijers-van der Marck en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN
Sector Civiel – Afdeling Familie
Zaaknummer: 109503 JERK 09-1348
beschikking van de kinderrechter d.d. 16 februari 2010
op het verzoek van: William Schrikker Jeugdbescherming,
namens de Stichting Bureaus Jeugdzorg Gelderland,
gevestigd te: 1112 XC Diemen,
adres: Dalsteindreef 69,
verder te noemen: de stichting,
inzake
de minderjarige: [minderjarige],
geboren op: [1992] in de [gemeente],
en
de met het ouderlijk gezag belaste ouders:
de moeder: [moeder] en
de vader: [vader],
wonende te: [plaats],
adres: [adres].
Het procesverloop
Dit verloop blijkt uit:
-het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen op 29 december 2009;
-het proces-verbaal van de terechtzitting van 2 februari 2010;
-de notitie van het telefoongesprek tussen de griffier en de gezinsvoogd op 2 februari 2010.
De feiten
Krachtens beschikking van de kinderrechter te Zutphen van 13 januari 2009 staat de minderjarige onder toezicht van de stichting tot 20 februari 2010.
Het verzoek
De stichting verzoekt:
-op grond van artikel 1:256 lid 2 Burgerlijk Wetboek de ondertoezichtstelling van de minderjarige te verlengen tot zijn meerderjarigheid op [2010];
-de te geven beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Zij stelt dat de gronden voor de ondertoezichtstelling nog steeds aanwezig zijn.
Het standpunt van de ouders
De ouders zijn ter zitting verschenen en voeren geen verweer tegen het verzoek de ondertoezichtstelling te verlengen tot de datum meerderjarigheid.
Het standpunt van de stichting
De gezinsvoogd heeft ter zitting naar voren gebracht dat haar is gebleken dat de ouders op 12 januari 2010 bij beschikking van de rechtbank Zutphen, sector kanton – locatie Oude IJsselstreek, onder curatele zijn gesteld. Zij heeft een kopie van beide beschikkingen overgelegd. Ten gevolge van de ondercuratelestelling van de ouders is een gezagsvacuüm ontstaan.
Na de zitting heeft de gezinsvoogd telefonisch aan de griffier meegedeeld dat het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling eventueel kan worden afgewezen en dat zij zo spoedig mogelijk een verzoekschrift zal indienen met het verzoek aan de kinderrechter ambtshalve in het gezag over de minderjarige te voorzien en de voogdij aan de stichting op te dragen.
De beoordeling
Beide ouders zijn op 12 januari 2010 onder curatele gesteld. Zij zijn daardoor per die datum onbevoegd geworden tot het gezag over hun nog minderjarige zoon (artikel 1:246 en 1:381 van het Burgerlijk Wetboek). Voor de beoordeling van het verzoek om verlenging van de ondertoezichtstelling is van belang of de ondertoezichtstelling door de (gevolgen van) de curatele is getroffen. Deze vraag wordt negatief beantwoord. Hoewel de ondertoezichtstelling ingrijpt in het gezag van de ouders en daarmee dus nauw verbonden is, moet op basis van de literatuur en jurisprudentie aangenomen worden dat de ondertoezichtstelling zich onder omstandigheden kan verzelfstandigen en ook in gezagsloze situaties in stand kan blijven, zoals bij voorbeeld in het geval van het overlijden van de (enige) gezagsouder. Ook in het onderhavige geval, waarin nadat de ondercuratelestelling van de ouders nog niet is voorzien in het gezag over de minderjarige en er dus sprake is van een gezagsvacuüm, moet er met het oog op het karakter van de kinderbeschermings-maatregel, de noodzakelijke continuïteit in de opvoeding en het toezicht daarop en in verband met de rechtszekerheid van uitgegaan worden dat de ondertoezichtstelling voortduurt, vooralsnog tot 20 februari 2010 (vervaldatum). De volgende vraag die beantwoordt dient te worden is of de ondertoezichtstelling kan worden verlengd tot de meerderjarigheid van de meerderjarige op [2010]. Ook die vraag wordt positief beantwoord. Het onderhavige verzoek zal daarom worden toegewezen.
Niettemin dient zo spoedig mogelijk te worden voorzien in het gezag over de minderjarige. Daartoe heeft de stichting inmiddels een verzoek aan de rechtbank gericht waarbij zij zich ook bereid heeft verklaard om de voogdij op zich te nemen. Nu het tijdstip waarop – onherroepelijk – in het gezag over de minderjarige zal zijn voorzien onbekend is, de gronden voor de ondertoezichtstelling nog steeds aanwezig zijn en het noodzakelijk is dat de gezinsvoogd de ontwikkeling van de minderjarige kan blijven volgen en begeleiden en kan ingrijpen wanneer dat noodzakelijk is, zal de ondertoezichtstelling worden verlengd tot aan de meerderjarigheid. In het geval de voogdij aan de stichting wordt opgedragen, zal, vanwege het feit dat het gezag over de minderjarige dan overgaat naar een rechtspersoon, daarmee de ondertoezichtstelling van rechtswege eindigen.
De beslissing
de kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling tot [2010] (datum meerderjarigheid);
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. I.G.M.T. Weijers-van der Marck en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 februari 2010, in tegenwoordigheid van de griffier.