ECLI:NL:RBZUT:2010:BL4535

Rechtbank Zutphen

Datum uitspraak
19 februari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06/080414-02
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • Kleinrensink
  • Brouns
  • Ouweneel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 509o Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling wegens recidivegevaar en positieve behandelontwikkeling

Op 19 februari 2010 heeft de rechtbank Zutphen besloten tot verlenging van de terbeschikkingstelling van verdachte voor de duur van twee jaar. De maatregel was eerder opgelegd bij arrest van het gerechtshof Arnhem en was reeds verlengd in 2008.

De rechtbank baseerde haar beslissing op een verlengingsadvies van behandelaars uit de Van der Hoeven kliniek en wettelijke aantekeningen. Hoewel verdachte positieve ontwikkelingen toont in haar emotionele en sociale functioneren, is het risico op terugval in gewelddadig gedrag nog aanwezig. Het dwingende kader van de terbeschikkingstelling blijft noodzakelijk om de veiligheid van anderen te waarborgen.

De raadsman en betrokkene hadden verzocht de verlenging te beperken tot één jaar, maar de officier van justitie persisteerde in een verlenging van twee jaar. Gezien het behandeltraject en het recidivegevaar achtte de rechtbank een verlenging van twee jaar passend en noodzakelijk.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling van verdachte met twee jaar vanwege aanwezig recidivegevaar.

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN
Sector Straf
Meervoudige kamer
Parketnummer: 06/080414-02
Raadsman: mr. N.A. Heidanus, advocaat te Groningen.
Op 14 januari 2010 is ter griffie van deze rechtbank ingediend een vordering gedateerd
8 januari 2010 van de officier van justitie in dit arrondissement, strekkende tot verlenging van de terbeschikkingstelling van:
[verdachte],
geboren te [plaats op 1985],
thans verblijvend in de Dr. Henri van der Hoeven FPC te Utrecht,
met een termijn van twee jaar.
De maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege is opgelegd bij arrest van het gerechtshof te Arnhem van 21 januari 2004, ingegaan op
26 februari 2006 en laatstelijk verlengd bij beslissing van deze rechtbank van 14 maart 2008.
De vordering is op de openbare terechtzitting behandeld door de rechtbank op
5 februari 2010. Van deze behandeling is proces-verbaal opgemaakt.
De rechtbank heeft de stukken bezien, waaronder:
• een verlengingsadvies gedateerd 24 december 2009, opgemaakt door drs. M. Kossen (psychiater/directeur behandeling) en drs. P.M. Helmerhorst (GZ-psycholoog/hoofd behandeling), beiden verbonden aan voornoemde instelling;
• de wettelijke aantekeningen over de periode van 25 april 2008 tot en met 23 januari 2010.
Motivering
1. De vordering is binnen de in artikel 509o van het Wetboek van Strafvordering vermelde termijn ingediend.
2. De raadsman en betrokkene hebben bij de behandeling van de vordering bepleit de verlenging van de maatregel te beperken tot de duur van één jaar.
3. De officier van justitie heeft gepersisteerd bij haar vordering.
4. Uit het verlengingsadvies – in samenhang met de wettelijke aantekeningen – en de daarop ter zitting gegeven toelichting door de deskundige P.M. Helmerhorst, voornoemd, komt onder meer het volgende naar voren.
Betrokkene verblijft sinds 31 maart 2006 in de Van der Hoeven kliniek. Zij toont op meerdere onderdelen van de behandeling een goede inzet, wat resulteert in een positieve ontwikkeling. In haar emotionele ontwikkeling, waarvan in de vorige adviesperiode werd geconstateerd dat deze zeer langzaam verloopt, is met name het laatste half jaar een ontwikkeling zichtbaar. Zij maakt een meer volwassen indruk, waarbij ze zich enerzijds meer uitspreekt en haar mening geeft, en anderzijds meer contact en steun zoekt wanneer zij problemen heeft. Een meer zelfstandig functioneren buiten de veiligheid en structuur van de kliniek zal zij gezien haar voorgeschiedenis en problematiek geruime tijd dienen te oefenen. Open communicatie over haar omgang met mannen en toezicht daarbij is van groot belang. Zonder het dwingende kader van de terbeschikkingstelling is de kans groot dat zij met de toenemende draaglast van meer vrijheden, terugvalt in haar afhankelijke maar ook instrumentele omgang met anderen en op termijn een terugval in gewelddadig gedrag. Het risico van terugval in gewelddadig gedrag wordt bij intramuraal verblijf met onbegeleide verloven als laag ingeschat. Aangegeven is dat het dwingende kader van de terbeschikkingstelling in ieder geval nog twee jaar nodig is, in welke periode het transmuraal verlof kan worden gerealiseerd.
Geadviseerd wordt de terbeschikkingstelling met twee jaar te verlengen.
5. Aangezien het recidivegevaar thans nog aanwezig is, zij het in verminderde mate, leidt het vorenstaande de rechtbank tot de conclusie dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling, welke maatregel onder meer is toegepast terzake van een geweldsmisdrijf, wordt verlengd. In de omstandigheid dat de positieve ontwikkeling van betrokkene zich met name sinds een half jaar voordoet en het voor ogen staande traject nog geruime tijd in beslag zal nemen en bovendien niet te verwachten zal zijn dat over één jaar tot een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging zal worden overgaan, zal de rechtbank het advies om de terbeschikkingstelling met twee jaar te verlengen, overnemen. Beslist wordt daarom als volgt.
Beslissing
De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van
[verdachte] voornoemd voor de tijd van twee jaar.
Deze beslissing is gegeven door mr. Kleinrensink, voorzitter, mrs. Brouns en Ouweneel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Meerdink, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 19 februari 2010.