ECLI:NL:RBZUT:2010:BL7375
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Prisse
- Varenhorst
- Feraaune
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs poging tot afpersing en medeplichtigheid
De rechtbank Zutphen behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van poging tot afpersing, gepleegd in de periode van 1 tot 25 september 2009 in Doetinchem en Arnhem. De tenlastelegging omvatte onder meer bedreigingen, vernieling door brandstichting van een bedrijfsauto en het eisen van geldbedragen van slachtoffers. Verdachte werd ook medeplichtigheid ten laste gelegd wegens het verschaffen van middelen en het ter beschikking stellen van zijn woning.
Tijdens het onderzoek bleek dat verdachte contact had met de hoofdverdachte via telefoonnummers en sms'jes. De officier van justitie stelde dat verdachte volledig op de hoogte was van de afpersing en daarmee medeplichtig was. De verdediging betoogde dat verdachte niet lijfelijk aanwezig was bij de uitvoering en dat alleen kennis van de afpersing onvoldoende is voor een veroordeling.
De rechtbank oordeelde dat uit een telefoongesprek op 23 september 2009 weliswaar blijkt dat verdachte op de hoogte was van de afpersing, maar dat er geen aanwijzingen zijn dat hij uitvoeringshandelingen heeft verricht of instemde met het misdrijf. De enkele wetenschap en het niet distantiëren zijn onvoldoende voor een nauwe en bewuste samenwerking. Ook werd onvoldoende aannemelijk geacht dat verdachte behulpzaam was of middelen verschaft.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten. Tevens werd de teruggave gelast van een in beslag genomen mobiele telefoon aan verdachte. Het vonnis werd uitgesproken op 12 maart 2010 door de meervoudige kamer van de rechtbank Zutphen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor poging tot afpersing en medeplichtigheid.