ECLI:NL:RBZUT:2010:BL7876
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- G. Vrieze
- J.B. de Groot
- E.G. de Jong
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende partijdigheid
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen mr. Boon, rechter in een civiele zaak, op grond van vermeende partijdigheid. Zij stelde dat mr. Boon in twee tussenvonnissen haar standpunten had genegeerd en niet was ingegaan op schriftelijke bescheiden die zij had ingediend. Tevens werd aangevoerd dat een late reactie op een verzoek tot appel de vrees voor partijdigheid versterkte.
De rechtbank oordeelde dat het nemen van onwelgevallige beslissingen door een rechter geen reden tot wraking is, tenzij er bijkomende feiten of omstandigheden zijn die het vermoeden van partijdigheid rechtvaardigen. De rechtbank stelde vast dat verzoekster zelf had nagelaten de strekking van haar bescheiden duidelijk toe te lichten, waardoor mr. Boon niet hoefde in te gaan op deze stukken.
Daarnaast werd het bezwaar over de late reactie op een brief van de advocaat als een administratieve fout beoordeeld, die geen aanleiding geeft tot het vermoeden van partijdigheid. De rechtbank concludeerde dat er geen uitzonderlijke omstandigheden waren die de wraking rechtvaardigden en wees het verzoek af. De procedure wordt voortgezet zoals die was op het moment van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. Boon is afgewezen wegens het ontbreken van uitzonderlijke omstandigheden die partijdigheid rechtvaardigen.