ECLI:NL:RBZUT:2010:BM1157

Rechtbank Zutphen

Datum uitspraak
14 april 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06/080010-98
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • Prisse
  • Brouns
  • Heenk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 509o Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling wegens psychiatrische problematiek en recidivegevaar

De rechtbank Zutphen heeft op 14 april 2010 besloten de terbeschikkingstelling van de veroordeelde, opgelegd wegens brandstichting, te verlengen met een termijn van twee jaar. De veroordeelde verblijft sinds april 2000 in het Forensisch Psychiatrisch Centrum De Woenselse Poort te Eindhoven en vertoont een positieve ontwikkeling in het omgaan met emoties en impulscontrole.

Desondanks blijft de veroordeelde afhankelijk van professionele hulp en structuur om terugval in problematisch gedrag, waaronder alcoholgebruik, te voorkomen. Het verlengingsadvies van deskundigen benadrukt het belang van een geleidelijke overgang naar een passende woonvorm binnen een reguliere GGZ-instelling, waarbij transmuraal verlof wordt ingezet.

De rechtbank weegt de veiligheid van de maatschappij en de noodzaak van bescherming van anderen mee en acht verlenging van de maatregel noodzakelijk. De vordering van de officier van justitie tot verlenging is binnen de wettelijke termijn ingediend en gehandhaafd tijdens de zitting. De veroordeelde stemt in met de verlenging en het advies van de behandelinstelling.

De beslissing is genomen door de meervoudige kamer van de rechtbank Zutphen en uitgesproken in een openbare terechtzitting.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling van de veroordeelde met twee jaar.

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN
Sector Straf
Meervoudige kamer
Parketnummer: 06/080010-98
Uitspraak d.d. 14 april 2010
Raadsman mr. K.D. Regter, advocaat te Heerlen
Op 8 maart 2010 is ter griffie van deze rechtbank ingediend een vordering d.d. 2 maart 2010 van de officier van justitie in dit arrondissement, strekkende tot verlenging van de terbeschikkingstelling van:
[veroordeelde],
geboren te [plaats, 1962],
thans verblijvend in het Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) De Woenselse Poort te Eindhoven,
met een termijn van twee jaar.
De maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege is opgelegd bij arrest van het gerechtshof te Arnhem van 20 maart 1999, ingegaan op 20 april 2000 en laatstelijk verlengd bij beslissing van het gerechtshof te Arnhem van 2 december 2008.
De vordering is op de openbare terechtzitting behandeld door de rechtbank op 31 maart 2010. Van deze behandeling is proces-verbaal opgemaakt.
De rechtbank heeft de stukken bezien, waaronder:
- een verlengingsadvies gedateerd 2 februari 2010, opgemaakt door drs. J.E. Vons, klinisch psycholoog/psychotherapeut, en drs. R.J. van Montfoort, psychiater/directeur behandelzaken;
- de wettelijke aantekeningen over de periode van februari 2008 t/m december 2009.
Motivering
De vordering is binnen de in artikel 509o van het Wetboek van Strafvordering vermelde termijn ingediend.
De officier van justitie heeft ter terechtzitting haar vordering gehandhaafd.
De raadsman en betrokkene hebben zich bij de behandeling van de vordering gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Betrokkene heeft aangegeven zich te kunnen vinden in het advies van de instelling en de voorgestelde verlenging van twee jaar.
Uit het verlengingsadvies – in samenhang met de wettelijke aantekeningen – en de daarop ter zitting gegeven toelichting door de deskundige drs. Vons voornoemd, komt onder meer het volgende naar voren.
Betrokkene verblijft sinds april 2000 in de FPC te Eindhoven. Gedurende de afgelopen jaren is er winst geboekt in de manier waarop betrokkene omgaat met haar emoties. Zowel acting-in als acting-out gedragingen zijn in frequentie fors afgenomen. Zij heeft laten zien op een serieuze wijze met haar behandeling om te gaan en zich goed aan de afspraken te kunnen houden.
In de afgelopen verlengingsperiode zijn probleembesef en probleemoplossende vaardigheden toegenomen en is er sprake van een stijgende lijn en motivatie voor behandeling. Betrokkene reageert minder impulsief.
Betrokkene is gebaat bij structuur en zal blijvend afhankelijk zijn van professionele hulp om de ingezette lijn vol te kunnen houden. Structurerende gesprekken gericht op het bespreekbaar maken en toetsen van negatieve gedachten, aanspreken op adequaat gedrag en confronteren met grensoverschrijdingen, afleiding en ontspanning (activiteiten, werk, sociale contacten) en medicatie zijn belangrijke peilers in de behandeling.
Op langere termijn bestaat gevaar voor recidive bij het wegvallen van de geboden structuur en het wegvallen van het dwangkader. De vrees bestaat dat betrokkenes conditie dan binnen afzienbare tijd zal verslechteren en dat zij zal terugvallen in haar alcoholgedrag.
De afgelopen periode heeft een oriëntatie op de toekomst plaatsgevonden, waarbij een juiste balans lijkt te zijn gevonden tussen bescherming van de maatschappij en een passende en geschikte woonvorm voor betrokkene. Aangezien zij belast is met chronische psychiatrische problematiek wordt gedacht aan een in beginsel gesloten plaatsing binnen een reguliere GGZ-instelling. Er zijn daarover reeds contacten gelegd met de GGZ in Eindhoven
In dat kader is een machtiging voor transmuraal verlof aangevraagd zodat onder de paraplu van de TBS-maatregel geleidelijk kan worden toegewerkt naar de uiteindelijk beoogde verblijfssituatie.
Het vorenstaande leidt de rechtbank tot de conclusie dat de veiligheid van anderen dan
wel de algemene veiligheid van personen in dit geval vereist dat de termijn van de
terbeschikkingstelling, welke maatregel is toegepast ter zake van brandstichting, moet worden verlengd voor de duur van twee jaren.
Die periode kan worden benut om betrokkene langs de weg van geleidelijkheid en bij bestendiging van de ingezette positieve ontwikkeling onder te brengen in een GGZ-voorziening.
Beslissing:
De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling van [veroordeelde] voornoemd met een termijn van twee jaar.
Deze beslissing is gegeven door mrs. Prisse, voorzitter, Brouns en Heenk, rechters, in tegenwoordigheid van Van Bun, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 14 april 2010.