ECLI:NL:RBZUT:2010:BM3124
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksvermogen en toepassing Turks huwelijksgoederenrecht na echtscheiding
Partijen zijn in 1989 in Turkije gehuwd en in 2007 gescheiden. De rechtbank moet het huwelijksvermogen verdelen volgens Turks recht, het toepasselijke huwelijksgoederenrecht, waarbij sprake is van het regime van verwervingsdeelneming sinds 2002. De man vordert onder meer de verkoop van de woning en verrekening van diverse vermogensbestanddelen, terwijl de vrouw een verdeling van de gemeenschap van goederen volgens Nederlands recht wenst.
De rechtbank oordeelt dat Turks recht van toepassing is op het huwelijksgoederenregime en dat de onderneming van de man tot zijn verwervingen behoort. De waarde van de onderneming moet door een deskundige worden vastgesteld, waarbij de man volledige jaarstukken moet overleggen. De woning wordt toegewezen aan verkoop via een makelaar, waarbij de vrouw mee moet werken aan verkoop en levering, met een gematigde dwangsom bij weigering.
Verder worden diverse bankrekeningen, spaarrekeningen van minderjarige kinderen en schulden betrokken in de verdeling. Betalingen van de man aan derden ten behoeve van de vrouw worden grotendeels afgewezen als terugvorderbaar, omdat deze onder de onderhoudsverplichting vallen. De zaak wordt aangehouden voor nadere stukken en bewijslevering.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen deels toe, bevestigt toepassing Turks huwelijksgoederenrecht, benoemt deskundige voor waardering onderneming en draagt partijen op nadere stukken te overleggen.