ECLI:NL:RBZUT:2010:BM3174

Rechtbank Zutphen

Datum uitspraak
4 mei 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06/460339-09
Instantie
Rechtbank Zutphen
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • Van de Wetering
  • Van der Mei
  • Draisma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 242 SrArt. 245 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs verkrachting en ontbreken ontuchtig karakter bij seksuele handelingen met minderjarige

De rechtbank Zutphen behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van verkrachting en het plegen van ontuchtige handelingen met een minderjarige tussen twaalf en zestien jaar. Het incident vond plaats rond 28 juni 2009 in Doetinchem. Het slachtoffer verklaarde dat zij tegen haar wil seks had met verdachte, terwijl verdachte stelde dat de handelingen vrijwillig waren en dat het slachtoffer zich voordeed als zeventien jaar oud.

De rechtbank overwoog dat het bewijs onvoldoende was om vast te stellen dat de seksuele handelingen tegen de wil van het slachtoffer waren. De verklaringen van het slachtoffer en verdachte stonden recht tegenover elkaar en er waren geen aanvullende bewijzen die de aangifte ondersteunden. Daarnaast werd het geringe leeftijdsverschil van ongeveer drie jaar tussen verdachte en slachtoffer als rechtens relevant beschouwd waardoor het ontuchtige karakter van de handelingen ontbrak.

De officier van justitie had vrijspraak gevorderd voor verkrachting en bewezenverklaring van ontucht, terwijl de verdediging integrale vrijspraak bepleitte. De rechtbank volgde het standpunt van de verdediging en sprak verdachte vrij van zowel verkrachting als ontucht. Tevens werd het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.

De uitspraak werd gedaan op 4 mei 2010 door de meervoudige kamer van de rechtbank Zutphen, waarbij de rechters Van de Wetering, Van der Mei en Draisma het vonnis wezen.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van verkrachting en ontucht wegens onvoldoende bewijs en ontbreken ontuchtig karakter.

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN
Sector Straf
Meervoudige kamer
Parketnummer: 06/460339-09
Uitspraak d.d.: 4 mei 2010
Tegenspraak / nip
VONNIS
in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren te [plaats in 1990],
wonende te [adres].
Raadsman: mr. P.H. Vestiens advocaat te Doetinchem.
Onderzoek van de zaak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van
20 april 2010.
De tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 28 juni 2009 te Doetinchem door geweld of (een) andere
feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere
feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een)
handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel
binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte zijn penis in
de vagina van die [slachtoffer] gebracht en/of geduwd en/of bewogen en bestaande dat
geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of
die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte misbruik heeft gemaakt van
het psychische en/of fysieke overwicht van verdachte op die [slachtoffer]
en/of (aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;
art 242 Wetboek Pro van Strafrecht
ALTHANS, dat
hij op of omstreeks 28 juni 2009 te Doetinchem, met [slachtoffer] (geboren [1993]), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien
jaren had bereikt, buiten echt een of meer ontuchtige handeling(en) heeft
gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel
binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte zijn penis in
de vagina van die [slachtoffer] gebracht en/of geduwd en/of bewogen;
art 245 Wetboek Pro van Strafrecht
Overwegingen ten aanzien van het bewijs1
Aanleiding van het onderzoek
Op 3 juli 2009 hebben verbalisanten een intakegesprek gehouden met [slachtoffer]. In dat gesprek gaf [slachtoffer] aan dat zij begin juni 2009 via Hyves in contact was gekomen met een jongen, genaamd [voornaam verdachte]. Ze had met [voornaam verdachte] afgesproken een wandeling te maken. Tijdens deze wandeling in een bos in Doetinchem heeft hij haar overgehaald haar kleren uit te doen. Vervolgens hebben ze tegen haar wil seks gehad, aldus [slachtoffer]. [slachtoffer] heeft hiervan op
11 augustus 2009 aangifte gedaan.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van de primair ten laste gelegde verkrachting en tot bewezenverklaring van de subsidiair ten laste gelegde ontucht.
Standpunt van de verdachte / de verdediging
De raadsman heeft integrale vrijspraak van het ten laste gelegde bepleit. Hij heeft hiertoe betoogd dat aangeefster zich volgens verdachte heeft voorgedaan als een meisje van zeventien jaar. Volgens verdachte heeft zij niet gezegd dat ze geen seks wilde. Hij heeft ook niet gemerkt dat zij geen seks wilde. Verdachte en aangeefster moeten worden gezien als twee pubers die seks wilden uitproberen. Hun leeftijdsverschil is miniem, mede gelet op de persoon van verdachte.
Beoordeling door de rechtbank
Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat er onvoldoende bewijs is voor het primair ten laste gelegde. Tegen over aangeefsters verklaring dat zij tegen haar wil seks heeft gehad met verdachte staat de verklaring van verdachte dat hij niets tegen aangeefsters zin heeft gedaan. De aangifte wordt op dat punt niet althans niet voldoende door enig ander bewijsmiddel ondersteund.
Ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde overweegt de rechtbank dat artikel 245 van Pro het Wetboek van Strafrecht strekt tot bescherming van de seksuele integriteit van jeugdigen tussen de twaalf en zestien jaar. Onder omstandigheden kan aan seksuele handelingen met een minderjarige tussen de twaalf en zestien jaar het ontuchtige karakter ontbreken. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn indien die handelingen vrijwillig plaatsvinden tussen personen die slechts in geringe mate in leeftijd verschillen.
In de onderhavige zaak dient naar het oordeel van de rechtbank de vraag te worden beantwoord of er omstandigheden waren, waardoor het ontuchtige karakter aan de door verdachte gepleegde handelingen is komen te vervallen. De rechtbank constateert in dit verband dat op grond van de beschikbare bewijsmiddelen, waaronder de op dit punt recht tegenover elkaar staande verklaringen van aangeefster en verdachte, niet (voldoende) duidelijk wordt of er sprake was van onvrijwilligheid van de zijde van aangeefster.
Verdachte was ten tijde van het plegen van de handelingen achttien, bijna negentien jaar oud, terwijl aangeefster vijftien, bijna zestien jaar oud was. Hoewel het leeftijdscriterium geobjectiveerd is, stelt de rechtbank vast dat het proces-verbaal geen (onderzoeks)informatie bevat betreffende de juistheid van het betoog van verdachte, dat aangeefster hem gezegd zou hebben dat zij 17 jaar was. De rechtbank is van oordeel dat in de onderhavige zaak sprake is van een rechtens relevant gering leeftijdsverschil, waardoor het ontuchtig karakter aan de tussen verdachte en aangeefster gepleegde seksuele handeling ontbreekt.
De rechtbank is van oordeel dat er, gelet op het vorenoverwogene, geen sprake is van ontuchtige handelingen zoals de wetgever met de strafbaarstelling van de gedragingen in artikel 245 van Pro het Wetboek van Strafrecht voor ogen heeft gestaan.
Het voorgaande leidt er toe dat verdachte van het primair en subsidiair ten laste gelegde moet worden vrijgesproken.
Beslissing
De rechtbank:
* verklaart niet bewezen dat verdachte het primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;
* heft op het -geschorste- bevel tot voorlopige hechtenis.
Aldus gewezen door mrs. Van de Wetering, voorzitter, Van der Mei en Draisma, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Althoff, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 4 mei 2010.
1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer 2009063167-18, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, team Recherche IJsselstreek, afdeling Zeden, gesloten en ondertekend op 24 september 2009.