ECLI:NL:RBZUT:2010:BM4276
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Gilhuis
- Krijger
- Feraaune
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak groepsverkrachting wegens onvoldoende bewijs
Vier mannen werden beschuldigd van groepsverkrachting van een 18-jarige vrouw tijdens een feest in Hattem op 4 juni 2008. Het slachtoffer verklaarde dat zij tegen haar wil seksueel was misbruikt door de verdachten, die haar onder dwang naar een woning hadden gebracht en daar gedwongen hadden tot seksuele handelingen. Diverse getuigen deden verklaringen die het verhaal deels ondersteunden, maar er waren ook tegenstrijdigheden in de verklaringen.
De officier van justitie vorderde vrijspraak omdat het bewijs onvoldoende was om de tenlastelegging te bewijzen. De verdachten ontkenden de beschuldigingen en wezen op inconsistenties in de verklaringen van het slachtoffer en getuigen. De rechtbank overwoog dat de verklaringen van het slachtoffer en getuigen niet eenduidig waren en dat de verklaringen van de verdachten onderling verschilden.
De rechtbank kon daardoor niet met zekerheid vaststellen wat er precies was gebeurd, vooral met betrekking tot het gebruik van dwang en geweld. Gezien de twijfel over de feiten sprak de rechtbank de verdachten vrij van groepsverkrachting. Tevens werd de vordering tot schadevergoeding van het slachtoffer afgewezen omdat er geen bewezen feit was waarop schadevergoeding kon worden gebaseerd.
Uitkomst: De rechtbank sprak de vier verdachten vrij wegens onvoldoende bewijs voor groepsverkrachting.