ECLI:NL:RBZUT:2010:BM4457

Rechtbank Zutphen

Datum uitspraak
22 april 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
112045 KG RK 10-323
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 512 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek tegen behandelend strafrechter

Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de behandelend rechter in drie strafzaken, stellende dat diverse procedurele tekortkomingen hadden plaatsgevonden, zoals het niet behandelen van verzoeken tot niet vervolging en het niet oproepen van getuigen.

De rechtbank beoordeelde het verzoek en stelde vast dat het wrakingsverzoek algemene en niet op de specifieke rechter toegespitste gronden bevatte, waardoor het verzoek feitelijk neerkwam op het op voorhand wraken van iedere strafrechter die de zitting zou kunnen voorzitten.

Omdat het wrakingsverzoek niet voldeed aan de vereiste concrete en individuele motivering, werd het verzoek niet als een geldig wrakingsverzoek beschouwd en verklaarde de rechtbank verzoeker niet-ontvankelijk.

De beslissing werd door de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank Zutphen genomen en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2010.

Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek wegens gebrek aan concrete, op de rechter toegespitste gronden.

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN
Meervoudige wrakingskamer
Rekestnummer: 112045 KG RK 10-323
Beschikking van 22 april 2010 van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van:
[verzoeker],
wonende [adres, plaats],
verzoeker,
strekkende tot wraking van:
[rechter],
rechter in deze rechtbank.
1. Het verloop van de procedure
Het verloop van de wrakingsprocedure blijkt uit:
- het verzoekschrift tot wraking van 7 april 2010, strekkende tot wraking van
de behandelend rechter in de zaken met parketnummers 06/471130-09, 06/470904-09 en
06/460169-08, op 9 april 2010 ingekomen bij het Kabinet President;
- de schriftelijke reactie van [rechter] van 9 april 2010;
- het proces-verbaal van de behandeling van het wrakingsverzoek ter terechtzitting van
14 april 2010.
2. Het wrakingsverzoek
Verzoeker heeft in zijn verzoek aangevoerd dat hij de behandelend rechter in de zaken met parketnummers 06/471130-09, 06/470904-09 en 06/460169-08 wraakt om de volgende redenen:
- er is niet op voorhand voldaan aan zijn wens tot behandeling van zijn verzoek om niet verdere vervolging;
- er is niet op voorhand voldaan aan zijn verzoek om getuigen ter verdediging op te roepen;
- een tussenvonnis is niet uitgesproken of betekend in oktober 2009;
- er is niet beslist op alle tot nu toe door [verzoeker] gedane verzoeken;
- een vonnis uit 2008 is niet betekend;
- er is geweigerd dit alsnog te betekenen.
3. Standpunt van [rechter]
Mr. Van de Wetering heeft bij schriftelijke reactie van 9 april 2010 en ter zitting het verzoek tot wraking gemotiveerd weersproken.
4. Beoordeling door de rechtbank
4.1. Ingevolge artikel 512 van Pro het Wetboek van het Wetboek van Strafvordering kan op verzoek van een partij een rechter die een zaak behandelt, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
4.2. Uit de aard en het doel van wraking volgt dat een wraking betrekking moet hebben op een met name genoemde of aangeduide rechter. Verzoeker heeft vóór indiening van het wrakingsverzoek geïnformeerd wie de rechter op de zitting van 12 april 2010 zou zijn. In het wrakingsverzoek noemt verzoeker echter gronden die niet specifiek van toepassing zijn op [rechter], maar die tevens op iedere andere behandelende rechter van toepassing zouden zijn. Het verzoek om wraking zoals door verzoeker ingediend behelst naar het oordeel van de rechtbank dan ook het op voorhand wraken van iedere strafrechter in deze rechtbank die de zitting van 12 april 2010 zou kunnen voorzitten. Hiermee worden aldus alle leden van de rechtbank althans de sector strafrecht op voorhand gewraakt.
4.3. Een verzoek om wraking dient evenwel te worden onderbouwd met concrete, op de betrokken rechter toegespitste argumenten. Het verzoekschrift is in algemene bewoordingen gesteld en bevat dergelijke argumenten niet. Het verzoekschrift voldoet aldus niet aan voormelde eisen en valt dan ook niet te duiden als een wrakingsverzoek.
4.4. De beslissing luidt daarom als volgt.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking van de rechter die de zaken bij deze rechtbank, bekend onder de parketnummers 06/471130-09, 06/470904-09 en 06/460169-08, ter zitting van 12 april 2010 behandelt.
Deze beschikking is gegeven door mr. G. Vrieze, voorzitter, mrs. J.B. de Groot en
A.B.A.P.M. Varenhorst, vice-presidenten, en in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 22 april 2010.