ECLI:NL:RBZUT:2010:BM6031
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid manege voor val van paard tijdens les en onredelijkheid exoneratieclausule
Op 16 juli 2006 is eiseres tijdens een paardrijles bij de manege van gedaagde van het paard gevallen, waarbij zij ernstig en blijvend letsel heeft opgelopen. Eiseres vordert dat gedaagde aansprakelijk wordt gesteld voor de schade voortvloeiend uit dit ongeval. De lesovereenkomst bevat een exoneratieclausule die de aansprakelijkheid van de manege grotendeels uitsluit.
De rechtbank stelt vast dat de val is veroorzaakt door de eigen energie en het onberekenbare gedrag van het paard, zonder dat eiseres het paard daartoe heeft aangezet. Getuigenverklaringen bevestigen dat het paard onverwacht vaart minderde en zijn hoofd naar beneden bracht, waardoor eiseres uit balans raakte en viel. De manege is op grond van artikel 6:179 BW Pro in beginsel aansprakelijk.
De exoneratieclausule in de algemene voorwaarden wordt door de rechtbank als onredelijk bezwarend beoordeeld en vernietigd, omdat deze niet transparant is geformuleerd, niet is toegelicht bij het sluiten van de overeenkomst en de vermeende compensatie via een ongevallenverzekering onvoldoende is. De aansprakelijkheid kan niet volledig worden uitgesloten.
De rechtbank weegt vervolgens de eigen schuld van eiseres en de zorgvuldigheid van gedaagde. Hoewel eiseres vrijwillig het paard bereden heeft, is de instructie van de manege onvoldoende geweest, met name door het nalaten van adequate instructies voor de galopoefening. Daarom wordt de aansprakelijkheid toegerekend voor 75% aan gedaagde en 25% aan eiseres.
De rechtbank veroordeelt gedaagde tot schadevergoeding nader op te maken bij staat en in de proceskosten, begroot op €1.477,98.
Uitkomst: De manege is voor 75% aansprakelijk voor de schade van de ruiter; de exoneratieclausule is vernietigd.